Station Haarlem
Industrieel erfgoed
Onder industrieel erfgoed rekenen we alle gebouwen en machines met een industriële functie. Het accent ligt niet zozeer op de schoonheid, maar op de activiteiten die in deze gebouwen plaatsvond. Bij industrieel erfgoed kunnen we denken aan oude fabrieksgebouwen, pakhuizen, elektriciteitscentrales, kanalen, stations, watertorens, bruggen, gemalen en vuurtorens. Ook molens behoren tot deze monumenten van bedrijf en techniek, maar omdat ze zo belangrijk voor Nederland zijn, worden ze als apart type gerekend.
Tot de opvolgers van onze watermolens behoren onder meer het stoomgemaal Hertog Reijnout uit 1883 te Nijkerk en het ir. D.F. Woudagemaal in Lemmer. Het Woudagemaal uit 1920 is het grootste nog werkende stoomgemaal van Europa is zelfs Werelderfgoed! Het oudste dieselgemaal vinden we in Alkmaar: het Overdie uit 1913. Spoorwegen hebben ook een indrukwekkende erfenis nagelaten. Afgezien van vele imposante stationsgebouwen, zoals in Zwolle, Haarlem, Groningen en Amsterdam, zijn er ook nog locomotiefloodsen, zoals die in Nieuweschans, uit 1880. En hoewel door de moderne communicatietechniek de betekenis van de kustverlichting heeft ingeboet, zijn langs de kust nog een aantal historische vuurtorens te bewonderen. Ook delfstofwinning heeft zijn sporen nagelaten. Van de vele ‘ja-knikkers’ die ooit in Zuid-Oost Drenthe de olie oppompten zijn er slechts enkele bewaard gebleven en van de zoutwinning in de omgeving van Hengelo resteert slechts een enkele houten boortoren. In Zuid-Limburg zijn nog enkele gebouwen van de ooit florerende steenkoolwinning over: de mijnschacht Nulland te Kerkrade en het machinegebouw voor de mijnschacht Oranje Nassaumijn I te Heerlen.
De meeste gebouwen en objecten dateren uit de periode 1850-1950. Doordat sommige bedrijfstakken inkrimpen of verdwijnen, de technische ontwikkelingen en schaalvergroting in hoog tempo doorgaan en de milieu-eisen steeds strenger worden, staat veel industrieel erfgoed onder druk. Herbestemming is meestal de oplossing om de monumenten te behouden, en steeds meer fabrieken, watertorens, pakhuizen en stoomgemalen en beginnen een tweede leven als woonhuis, museum of atelier.









