vorige foto volgende foto
Standbeeld Erasmus Rotterdam

Straatmeubilair

Straten en pleinen spelen een belangrijke rol in het stads- of dorpsgezicht. Voor de oplettende beschouwer valt er op straat veel te ontdekken: hoe de openbare ruimte is ingericht en welk straatmeubilair er is geplaatst. Onder straatmeubilair verstaan we objecten zoals lantaarnpalen, waterpompen, standbeelden, urinoirs, gedenkbomen, bushokjes en fonteinen.
 
Al in de zeventiende eeuw werden de eerste houten lantaarnpalen geplaatst. Het was een vorm van schaarse olieverlichting totdat in het begin van de negentiende eeuw het pas uitgevonden gaslicht voor een aanzienlijke verbetering zorgde. De straatlantaarns waren op gietijzeren lantaarnpalen geplaatst.
 
Water kwam vroeger niet uit de kraan, maar de stedelijke overheid bood de inwoners van een stad de mogelijkheid water te halen bij de openbare waterpompen. De oudste zijn van hout of hardsteen, de negentiende-eeuwse typen veelal van gietijzer. Na de aanleg van de drinkwaterleiding vanaf het midden van de negentiende eeuw verloren de pompen hun betekenis.
 
Wie in het buitenland rondkijkt, komt tot de conclusie dat Nederland nu niet bepaald rijk is bedeeld met historische standbeelden. Het oudste standbeeld is dat van Erasmus in Rotterdam uit 1622. In de negentiende eeuw werden veelal comités gevormd voor het oprichten van standbeelden: de regering vond dat geen taak voor de overheid. Ook zijn er niet veel historische fonteinen. Maar dat had een andere oorzaak: gebrek aan waterdruk. Om een fontein te laten spuiten had je een hooggelegen waterbak nodig. Dat probleem was na 1850 opgelost, toen er waterleiding kwam. Vandaar dat veel fonteinen werden opgericht ter gelegenheid van de opening van de plaatselijke waterleiding.
Straatmeubilair hebben we vaak te danken aan ons koninklijk huis. Zo werden bij de inhuldiging van Wilhelmina in 1898 de nodige Wilhelminafonteinen opgericht en was de geboorte van Juliana goed voor heel wat Julianabomen, inclusief bijpassend hekwerk.
Pagina afdrukken