Stadhuis Gouda
Openbare gebouwen
Openbare gebouwen zijn meestal verbonden aan allerlei overheidsdiensten; rijk, provincie en gemeente. Ook de waterschappen worden hiertoe gerekend. Openbare gebouwen zijn bijvoorbeeld ministeries, stadhuizen, gerechtsgebouwen, scholen, politiebureaus, gevangenissen en bibliotheken.
De overheid vertegenwoordigt macht die ook aan de buitenkant en in het interieur te zien moest zijn. Zo’n gebouw moest vooral representatief zijn en gezag uitstralen.
Er zijn in Nederland nog veel monumentale gemeente-, stad- of raadhuizen. Het raadhuis als type gebouw bestaat al lang. Deventer kende aan het eind van de Middeleeuwen zijn ‘raethuys’ en in 1665 kreeg Amsterdam zijn stadhuis op de Dam. Maastricht volgde in 1685 met haar ‘seer magnifick stadhuys’. Door gemeentelijke herindelingen of doordat het raadhuis te klein werd voor de sterk groeiende gemeente, verloren veel raadhuizen hun functie.
Ook de waterschappen en hoogheemraadschappen werden door de eeuwen heen ondergebracht in fraaie gebouwen. De overheid bouwde ook gerechtsgebouwen en gevangenissen, waarvan een aantal opmerkelijke koepelgevangenissen in Arnhem (1886), Breda (1886) en Haarlem (1902).
Een bijzondere categorie binnen de openbare gebouwen zijn de gebouwen die voor onderwijs zijn gebouwd: universiteitsgebouwen met aula’s en bibliotheken, maar ook vele lagere en middelbare scholen en, al vanaf einde van de zestiende eeuw, de Latijnse School. Elke zichzelf respecterende stad had een Latijnse School, waar onderwijs in het Latijn werd gegeven, de taal van de kerk en de universiteit. In Nijmegen, Leiden en Vollenhove zijn nog Latijnse Scholen te vinden.









