Hallenhuis Staphorst
Boerderijen
Boerderijen zijn niet alleen aantrekkelijk of schilderachtig, maar ook nauw verweven met het landschap. De boerderij is in feite het oudste type gebouw dat onderdak bood aan mens en dier en waarvan de oorsprong teruggaat tot de prehistorie. Een rondgang langs de Nederlandse boerderijen laat zien dat er heel wat typen zijn. Hoe boerderijen eruit zien is mede afhankelijk van de functie. Een landbouwer zal veel ruimte nodig hebben voor de opslag van de oogst. Een veehouder daarentegen zal een stal nodig hebben en een mestkelder. Lang niet overal is alles onder een dak gebracht en op het erf staan vaak aparte schuren en stallen voor vee, wagens en een hooiberg. Soms is er een apart melkhok met een vlonder boven de sloot om emmers te spoelen en een bakhuisje.
De Nederlandse boerderij kent een grote variëteit aan vormen. Bijna elke streek heeft zo zijn eigen karakteristieke boerderijvormen, waarbinnen weer allerlei variaties zijn te onderscheiden. We gaan in Nederland uit van vier hoofdgroepen, waarbij gelet wordt op constructie, indeling en gebruik van de ruimte en de stallingswijze van het vee. Zo onderscheidt men de Friese huisgroep, te vinden in de van oorsprong Friese kuststreken van Groningen tot aan Amsterdam (de kop-hals-rompboerderij in Friesland, het Oldamster type in Oost-Groningen en de stolp in Noord-Holland en Friesland); de hallenhuisgroep in het oosten en midden van het land (de Drentse boerderij en de Twentse vakwerkboerderij, evenals de meeste boerderijen in West- en Midden-Nederland); de Zeeuwse boerderij, ook wel schuurgroep genoemd; en de zuidelijke huisgroep met de gesloten hoeves in Zuid-Limburg. Als er een type monument is dat onder druk staat zijn het wel de boerderijen, omdat het moeilijk is voor eigenaren hun boerderijen te laten voldoen aan de huidige landbouweisen.









