Met Mijn Monument verzamelen wij 30 verhalen in aanloop naar de BankGiro Loterij Open Monumentendag.

In deze verhalen vertellen bekende en minder bekende Nederlanders over hun favoriete monument die voor hen een iconische of symbolische status hebben gekregen.

Heeft u een favoriet monument? Deel dan uw verhaal met ons op onze website of via onze Facebookpagina.

Hein Remmers

‘Mijn vrouw en ik maakten in 1975 voor het eerst kennis met Huize Stella. Wij vonden het een huis uit een film, waar we niet op uitgekeken raakten. Vandaar dat we het meteen herkenden toen het te koop werd aangeboden in 2001. We waren al enige tijd op zoek naar een huis met originele elementen en met een inpandige bedrijfsruimte voor het keramiekatelier van mijn vrouw. Binnen een week kochten we het. We waren dolverliefd op dit prachtige familiehuis dat op alle fronten herinnerde aan de glorietijd van de textielbaronnen. We kwamen er achter dat een familielid van mij, ook een prominente textielheer, ongeveer een halve eeuw eigenaar en bewoner van Huize Stella was. Hij had het huis naar zijn vrouw Stella vernoemd.

‘De maatvoeringen en de details van dit pand zijn zo uniek, dat men zich in het begin van de 20ste eeuw waant als men het huis betreedt. Vloeren, plafonds, glas-in-lood, hang- en sluitwerk: alles is nog in originele staat. De vorige eigenaar had het een en ander aangepakt, maar de échte restauratie hebben wij zo veel mogelijk zelf ter hand genomen. Eigendom van een Rijksmonument houdt in dat je je verplicht het huis te bewaren voor de generaties die na ons komen. Hiervan waren en zijn wij ons zeer bewust.’

‘Ware het niet dat mijn vrouw in 2007 overleden is, dan zou ik er niet aan denken om dit pand ooit te verlaten. Maar het leven neemt vaak onverwachte wendingen. Vandaar dat mijn huidige partner en ik hebben besloten om naar een andere woning uit te zien. Ook van de nieuwe eigenaren verwachten wij commitment. Want wie in de bevoorrechte positie verkeert om dit culturele erfgoed te bezitten en te bewonen, moet alles in het werk stellen om het zo ongeschonden mogelijk weer door te geven.’