De watertoren is in 1938 gebouwd door de gemeente Wageningen, in de stijl van de Amsterdamse School. Het is op een hoog punt van de stuwwal gebouwd, zodat 18 meter hoog voldoende was. Tot 1962 is de toren in gebruik geweest. Sterk vervallen is de toren in 2008 in privébezit gekomen.
Het ontwerp van ir. Th.K.J. Koch is in een zakelijk expressionistische bouwtrant. Kenmerkend voor dit ontwerp zijn onder andere de asymmetrische en massieve hoofdvorm met plastische accenten (uitgebouwde traptoren en reservoir), de bakstenen gevels met verdiepte voegen, horizontale betonnen banden en stalen ramen. Andere door Koch ontworpen watertorens staan in Oosterbeek (1938, buiten gebruik en gewijzigd) en Wageningen (1948).
Oorspronkelijk leverde het waterleidingbedrijf van de gemeente Wageningen water aan deze torens. Nadat de watertoren in 1960 in eigendom van de gemeente Renkum kwam, werd de toren buiten werking gesteld en werd ernaast een ondergronds opjaagreservoir in bedrijf genomen.
De watertoren staat in de zuidwestelijke hoek van de dorpskern Doorwerth op een hoog punt (ca. 55 meter boven NAP) van de stuwwalhelling direct ten noorden van de Rijnbedding. De vrijstaande toren staat aan de westzijde van de Spechtlaan tegenover de kruising met de IJsvogellaan. Door de hoge ligging in een landelijk gebied kon met de bouw van een relatief lage toren (ruim 18 meter boven het maaiveld) en een klein reservoir (slechts 60 kubieke meter) worden volstaan om voldoende druk op het leidingnet te krijgen.
De watertoren is van architectuurhistorische waarde en een goed en gaaf voorbeeld (in- en exterieur) van een drinkwatertoren in een zakelijk expressionistische bouwtrant. Deze eenvoudige en uitzonderlijk kleine watertoren is wat betreft de vormgeving representatief voor de fase in de ontwikkeling van de watertorenbouw waarbij esthetisch bevredigende oplossingen steeds meer in massievere vormen werden gezocht (geen onderscheid tussen onder- en bovenbouw, ornamentiek gericht op het totaal, geen geleding maar plasticiteit).
De eigenaar van een rijksmonument heeft een onderhoudsplicht. Hierbij richt de aandacht zich in eerste instantie op het (bouwkundig) verval. Maar daarnaast zullen monumenten ook maatregelen moeten nemen om zich te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dat kan zijn te veel of te weinig (regen)water of bijvoorbeeld windhozen. Maar, omdat wij tegen een bosrijk gebied aan wonen, werden we onlangs door de gemeente en de brandweer gewezen op het risico van natuurbranden (zoals in het voorjaar 2026): een natuurbrand kan namelijk makkelijk overslaan op het bewoonde gebied.
Dit is voor veel monumenten een geheel nieuw aspect om rekening mee te houden. Na onderzoek hebben we een deel van de brandbare beplanting rondom de watertoren verwijderd. Helaas zijn we tot de conclusie gekomen dat er op dit moment onvoldoende regelgeving bestaat om alle risico’s weg te nemen. Op het perceel naast de watertoren staat namelijk een hoge conifeer die, ook nadat de overhangende takken zijn verwijderd, nog steeds te dicht bij de gevel staat, zodat er in het geval van een natuurbrand grote schade op kan treden aan het monument.
Samen met het Platform Erfgoed Renkum en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed proberen wij om hiervoor aanvullende regelgeving te krijgen.