In 1594 is in Scherpenisse een nieuw raadhuis – type zaalhuis – gebouwd aan de Hoge Markt. Gravin Maria van Nassau, zaakwaarneemster voor haar broer prins Philips Willem van Oranje – die ambachtsheer was van Scherpenisse – schonk duizend gulden én stond het gemeentebestuur een tijdelijke verhoging toe van de bieraccijns om de bouw te bekostigen. Gedwongen door geldgebrek verkocht de gemeente het inmiddels vervallen gebouw in 1664 aan ambachtsheer prins Willem III van Oranje. Maar bij de invoering van het kadaster stond het op naam van de burgerlijke gemeente. In 1847 is het gebouw verkleind, het bleef tot het opheffen van de gemeente Scherpenisse in 1971 dienst doen als gemeentehuis; het is begin jaren tachtig gerestaureerd.
Op de verdieping is de gildekamer te vinden, het onderkomen van het in 1594 opgerichte Kloveniersgilde. Vanaf de 19de eeuw is het een gezelligheidsvereniging geworden. Jaarlijks houden de leden hun teerdagen in de pinksterweek.