


Voorname teutenhuizen
Bergeijkse teuten waren heuse pioniers! Ze reisden met koper, mensenhaar of textiel tot ver over de landsgrenzen en maakten daar furore. Na maandenlange handel in het buitenland keerden ze terug naar Bergeijk. Met het geld dat ze onderweg hadden verdiend, bouwden ze thuis voorname teutenhuizen. Zo bouwde teut Goosens in 1722 het teutenhuis aan de oude Kerkweg; nu de plek van Cultuurhuis Bergeijk aan de Domineestraat.
Van Denemarken tot New York
Veel teuten investeerden in luxegoederen. Teut Lommelaars schonk bijvoorbeeld een prachtige zonnemonstrans van Antwerpse makelij aan de parochiekerk van het Hof. Ook in andere kernen zien we hun invloeden terug. In Luyksgestel dankt Molen De Deen zijn naam en ontstaan aan de familie van de 19e eeuwse koperteut Jan Francis Pleek. Nadat hij overleed, vertrok zijn gezin vanuit Denemarken terug naar hun geboortedorp Luyksgestel. Van de erfenis bouwden ze hier een nieuwe windkorenmolen. En wat te denken van Luyksgestelse haarteuten die zich eind 19e eeuw in New York vestigden om de theaters van Broadway te voorzien van pruikenhaar!
Kom het verhaal van de pionierende teuten en buitengaanders bekijken!