Op de eerste verdieping van de kerktoren van de St.-Martinuskerk in het centrum van Weert is een expositie van de beiaard (carillon) ingericht. In drie vitrines wordt de geschiedenis van het klokkengieten, maar ook het ontstaan én het functioneren van de beiaard getoond. In de vitrines zijn, naast maquettes en oude foto’s van de bouwgeschiedenis van de kerk, ook enkele historisch waardevolle bronzen klokken te bekijken: een klok van de Weerter gieter Alexius Jullien uit 1707, de oude Graanklok van Weert en een tot luidklok omgebouwde bronzen vijzel van de Weerter Franciscanen.
De plannen voor een carillon dateren al van vóór de Tweede Wereldoorlog. In juni 1959 is na een inzamelingsactie, onder de Weerter bevolking, aan Petit & Fritsen opdracht gegeven voor het gieten van 39 carillonklokken. Op 21 februari 1960 speelde het carillon voor het eerst, enkel automatisch net voor de tijdslagen. Begin jaren ’90 werd dit klokkenspel uitgebreid tot een handbespeelde beiaard met een totaalgewicht van zo’n 20.000 kilo aan bronzen klokken. De grootste klok weegt ca. 4.000 kilo en heeft een doorsnede van 1.80m.