
De Grote kerk is een laatgotische kruisbasiliek, gewijd aan de heilige Maria Magdalena. Het driebeukige koor dateert uit het derde kwart van de 15e eeuw. Rond 1500 begint de bouw van een noord- en zuidtransept. Met de toevoeging van de transepten krijgt de kerk een kruisvorm. In het hart komen vier zware pilaren te staan, de ‘viering’, waarop Mechelse timmerlieden een toren bouwen. De transepten en het schip ontwikkelen zich na de herbouw van 1619 tot wandelkerk. Men wandelt hier en bewondert de prachtige kerk, de vele grafzerken, of maakt gebruik van de open deuren aan de noord- en zuidzijde om de snelste weg van de Kreukelmarkt naar de Korte Kerkstraat te pakken.