Fotograaf: Maartenskerk
Monument

Maartenskerk

Za

Adres

Kerkplein 2, Doorn

Openingstijden

za 12 sep. 10:00 - 16:00

Achtergrond informatie uitklap icoon

De Maartenskerk 

In het hart van ons dorp staat de Maartenskerk. Al eeuwenlang. Eerder stond er een houten kapel. Die was eigendom van de bisschop van Utrecht. Dat blijkt uit een document uit de negende eeuw. Vanaf 1126 hoort de kerk toe aan het kapittel van Sint Maarten van de Utrechtse Dom. Dat verklaart de naam van de kerk.

In de twaalfde eeuw werd het houten kerkje vervangen door een tufstenen gebouw. Deze Romaanse kerk vormt nu het middenschip van de huidige. Aan de noordzijde zien we de vroegere ingang, het zogenaamde Noormannenpoortje. Het is nu dichtgemetseld. Net als de twee openingen: een ronde en een vierkante. Dat zijn de zogenaamde hagioscopen.

De bakstenen toren aan de westzijde dateert waarschijnlijk uit de dertiende eeuw.

Het Romaanse koor werd vernield door de soldaten van de hertog van Gelre, vermoedelijk in 1420 in de tijd van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Spoedig daarna begon de bouw van een groter koor in Gotische stijl. Het werd opgetrokken in baksteen, maar restanten van het Romaanse koor werden daarbij hergebruikt. Ongeveer gelijktijdig werd aan de zuidzijde van het koor de sacristie gebouw. Later werd dat de consistoriekamer. Nu is het de stiltekapel.

In de loop der eeuwen hebben vaak verbouwingen plaatsgevonden. Zo zijn het aantal en de vorm van de vensters meermalen gewijzigd. Dat is te zien op oude prenten

Na de Reformatie werd het altaar verwijderd. Het koor werd afgesloten door een tussenmuur. Ertegen kwam in 1666 de fraai bewerkte preekstoel. Ook de beelden verdwenen. Brokstukken ervan werden gebruikt om de torenvloer te plaveien. Ze kwamen te voorschijn bij de restauratie van 1996. Na conservering werden ze in vitrines geplaatst in de consistorie. Ze oogsten daar veel bewondering. Omdat de vitrines toch niet voldoende bescherming boden zijn ze bij de herinrichting in 2011 verwijderd. Waarschijnlijk zullen ze in de toekomst te zien zijn in het  Museum Catharijneconvent in Utrecht.

In 1823 kwam er aan de zuidkant van de toren een een aanbouw voor de brandspuit en ander blusmateriaal. De brandslangen hingen in de toren. De aanbouw verdween in 1927 toen de eerste brandweergarage aan de Kampweg werd gebouwd.

In 1861 werd tegen de zuidmuur een “dominus studeerkamer” met eigen ingang gebouwd. Daarvoor kwam toen de preekstoel te staan.

In 1873 bouwde C.G.F. Witte van de bekende Utrechtse firma Bätz op een galerij aan de torenzijde  het orgel. De eikenhouten kast werd uitgevoerd in Neogotische stijl.

In 1888 zijn de muren van het schip verhoogd en de boogfriezen vernieuwd. Er kwam een nieuwe bekapping en op het schip werd een dakruiter geplaatst, het Andreastorentje.

In 1924 werd een zijbeuk in Romaanse stijl aan de zuidzijde aangebouwd. In de noordmuur werden de ijzeren vensters vervangen door dubbele rondboogvensters. Identiek aan die in de zuidmuur. Weer verhuisde de preekstoel. Nu naar de noordkant.

De westmuur kreeg in 1946 een triptiek van gebrandschilderde ramen, ontworpen door de Amersfoortse kunstenares J.S. Oosterhuis- van der Stok. Een geschenk van de familie Van Loon.

In 2011 is het interieur aangepast. Daarbij is gekozen tussen de monumentale waarden van het historisch gebouw en de inrichting voor de zondagse vieringen. Het koor werd heringericht.

Boven de voormalige crypte, nog even zichtbaar via een klein venster, werden alle restanten van grafstenen uit de kerk bij elkaar geplaatst. De consistorie werd stiltekapel.

Boven de ingang van de kapel ziet u drie schilderijen. In het midden De ongelovige Thomas. Het stralende middelpunt is Christus in een wit gewaad en met een aureool van licht. Het doek is in 1912 gemaakt door Ferdinand von Harrach. Het werd in 1932 aan de kerk geschonken door keizer Wilhelm II en keizerin Hermine, de toenmalige bewoners van Huis Doorn.

Links ervan Christus en de overspelige vrouw. Jezus schrijft op de grond. Met enige moeite zijn de woorden leesbaar: “Die van U is son…..” Dit paneel is een kopie naar een zeventiende-eeuwse prent van Mattheus Merian,

Rechts hangt het doek Christus en de Samaritaanse vrouw bij de put. Het is een kopie naar Annibale Sarraci, gemaakt door de Doesburgse schilder E.MW. Mongers (1806-1875).

In de kapel hangt het met olieverf geschilderde doek van kerkvader Augustinus, Blijkens de signering links onder is het in 1671 geschilderd door Viesen.

In de hoek zien een werk van beeldend kunstenaar Marleen B. Berg

TEKST OP DE LEZENAAR

Den 1 februari 1749 a) heeft de heer Jacob van Gessel b), Canonnik c) van ’t kapittel van den Dom d) als kerckmeester e) deese lessenaar en de twee armblakers van de kerk van Doorn vereert.

  1. a) de aanleiding voor deze gift

Die is (nog) niet bekend. Op de zelfde  datum schonk de toenmalige predikant, Petrus Gregorius van Poolsum (1741-1769) een (oorspronkelijk anderhalf uurs) zandloper voor aan de kansel. Hij was van gegoede familie. Zijn broer Dirck Cornelis was schout en “gadermeester” (belastingontvanger) van Overlangbroek, wat bij zijn aanstelling als predikant zeker zal hebben geholpen.

Van lezenaar noch zandloper is de reden van schenking bekend, zoals twee van de lichtkronen uit 1748 wel: “ter gedachtenis van de geboorte van Prins Willem den V van Oranje”.

  1. b) Jacob van Gessel

Hij woonde op Schoonoord en behoorde met de heren van Gerestein, Moersbergen en Huis Doorn tot degenen die Doorn en wijde omgeving in eigendom hadden. Na eerst in 1750 het aangrenzende landgoed  “De Grote Wijngaard” te hebben gekocht, verkoopt hij in 1751 hij heel Schoonoord aan Hendrik Schwellengrebel, oud- gouverneur van de Kaapkolonie, die het gebied “De Kaap” noemt (wegens de gelijkenis met de omgeving van Kaapstad) en een tuinhuis bouwt voor zijn echtgenote, Helena van Ruyven (Helenaheuvel).

  1. c) kanunnik

Van een eenvoudig monnik, belast met het beheer van de kerkelijke goederen, is deze functie rond 1740 geëvalueerd tot een gezaghebbend ambtsdrager. Tot 1580 vergaren kerken enorme rijkdom aan onroerend goed, waardepapieren en kunstschatten. De volledige belastingvrijstelling van de kerk stelt ook het inkomen (prebenden) van de kanunniken veilig. In 1580 wordt de openlijke uitoefening van de Katholieke godsdienst verboden. De kapittels komen onder het Provinciaal overheidsgezag en deze kanunniken oefenen hun functie in deeltijd uit. Zij worden benoemd uit ambtenaren, advocaten, rechters.

  1. d) Domkapittel

Na 1040 wordt Utrecht onder bisschop Bernold (1026-1054) een echte kerkenstad. Hij voegt aan de Dom (Sint Maarten), Oud Munster en Sint Marie de kapittelkerken Sint Pieter en Sint Jan toe. Aan het hoofd van het domkapittel stond de domproost, eigenaar van Huis Doorn. Bij besluit van  de Rijksdag te Utrecht van 1126 moest de toenmalige bisschop Godebald (1114-1127)  alle tot dan toe ontgonnen broeklanden onder Doorn, Amerongen en Cothen met belastingrechten aan het Domkapittel teruggeven. Sindsdien was het gebied van Doorn en omstreken een ambachtsheerlijkheid met eigen ambtelijke organisatie,  rechtspraak en belastingen onder gezag van de domproost, aan wie het verlenen van allerlei wereldlijke en kerkelijke functies, zoals de schout en (voor Doorn:7) schepenen was voorbehouden. Uit dergelijke benoemingen verwierf men inkomen. Zo moest de schout ter vergoeding van het uitoefenen van zijn ambt jaarlijks op Sint Maartensdag aan de domproost in Utrecht twee vette rammen en een goedgekeurde Rijnlandse goudgulden betalen.

De domproost zelf werd benoemd door de prins van Oranje.

In 1811 verdwijnen de kapittels. De bezittingen komen onder beheer van de Staat (Domeinen), die de onroerende goederen in 1820 onder openbare verkoop brengt. Ondanks het verzet in het land streefde Koning Willem I hardnekkig één nationale, protestantse kerk na onder toezicht van een minister van Eredienst.  In 1853 (Wet op de Kerkgenootschappen) wordt godsdienstvrijheid en de scheiding van kerk en staat, die al was neergelegd in de Grondwet van 1848, nader vastgelegd. Bemoeienis van de staat met de kerk wordt aan banden gelegd. Katholieken komen bovengronds (processierecht, vertegenwoordiging bij het Vaticaan).

  1. e) kerkmeester

Een kerkmeester was belast met het beheer van de kerkelijke goederen. Op voordracht van de schout, de predikant en de zittende kerkmeesters werden kandidaten voor –als regel – 2 jaar benoemd door de domproost. Deze kerkmeesters werden tevens schepenen. Het functioneren van kerkmeesters werd door schout en schepenen gecontroleerd. Dit eindigde in 1853 met de Wet op de Kerkgenootschappen. Overigens werd in deze periode ook de predikant door de domproost benoemd.

Door de invloed van de prinsgezinde domproost op de benoeming van de schout, schepenen en kerkmeesters vormde Doorn een Orangisten enclave tussen het patriottische Wijk bij Duurstede (broeinest van opstand) en Utrecht (waar men sinds het regeringsreglement van 1674 over het eigen bestuur weinig te vertellen had).

25-07-2020 Verzameld door Hans de Wit en Richard Limpens

Deel dit monument

Adres

Kerkplein 2, Doorn

Openingstijden

za 12 sep. 10:00 - 16:00

Achtergrond informatie

Type monument:
Religieus erfgoed
Oorspronkelijke functie:
Kerkgebouw
Bouwperiode:
Vanaf ongeveer 900.
Huidige functie:
Kerkgebouw
bekijk alle monumenten in
Doorn
Instagram
Hashtag #