


De Karstenhoeve is in de eerste helft van de 17e eeuw gebouwd en verkeert voor een groot deel nog in originele staat. Met zijn authentieke interieur is dit rijksmonument een van de mooiste museumboerderijen van ons land.
De landerijen rond het Drentse dorp Ruinerwold waren in vroeger tijden in gebruik door boerenbedrijven: keuterboertjes en herenboeren. De verschillen waren groot. Aan het eind van de zeventiende eeuw (rond 1680) leefde het vermogende boerengeslacht Karsten in een grote Saksische boerderij. Tot 1841 hebben zij in de Karstenhoeve gewoond en gewerkt.
In het voorhuis hangt nog de sfeer van het dagelijks leven van de bewoners uit de 19e eeuw. Tekenen van welstand bij deze ‘veerpeerdsboer’ zijn de opkamer met zijn Statenbijbel, het schitterende kabinet in de pronkkamer, waarin onder andere een uitgebreide collectie linnengoed bewaard wordt, het tegeltableau aan de achterwand van de schouw in de woonkeuken en de collectie sieraden, borduur- en kantkloswerk en kleding. Op het erf is nog een TBC-huisje aanwezig.
De Karstenhoeve ligt aan de Dr. Larijweg: een 7 km lange weg, aangelegd in 1925, met aan weerszijden zo’n 1100 hoogstam perenbomen. De weg is genoemd naar Hendrik Larij (1881-1955) die meer dan 40 jaar gemeentegeneesheer in Ruinerwold was. De meeste bomen zijn stoofpeertjes: Gieser Wildeman, Winterjan, Winterlouwtje, zoete Brederode, Kamperveentje en andere ouderwetse rassen. Op de eerste zaterdag in oktober worden de peren die aan de boom zitten bij opbod verkocht. De koper dient de peren diezelfde dag nog te plukken. (bron: www.karstenhoeve.nl)
Het museum is dit jaar gratis open tijdens Open Monumentendag. De Karstenshoeve heeft veel gebruiksobjecten en oud speelgoed die tot het immaterieel ofwel ‘ levend Erfgoed’ behoren. Dus zeker een bezoek waard tijdens Open Monumentendag.
Het museum is zaterdag 12 september gratis te bezoeken. Bekijk de bijzondere tentoonstellingen die iets vertellen over de Veerkracht die in de Karstenhoeve en zijn bewoners en de buurt nog steeds aanwezig zijn.
Huisslachtingen vonden meestal plaats in de winter. De huisslager, meestal een bijbaantje van een man met ander seizoenswerk, kwam langs en het vetgemeste varken hing algauw aan de ladder. Dit werd gevierd met een borreltje. De boerin had de leiding bij de verwerking van het vlees, zij werd bijgestaan door haar meiden en familieleden. Het was veel werk, maar als alles achter de rug was, het vlees gepekeld, de worsten in de wiemel en het hammen in de rookkast hingen, was de boerin maar wat trots op de lekkere producten waar het gezin de hele winter van kon eten.
in 2024 was het 100 jaar geleden dat de Dokter Larijweg werd aangelegd en 2 jaar later werden de perenbomen aangeplant. Eerst was er alleen een smal pad waar je lopend of fietsend langs kon en de vonders tussen de boerderijen uit niet meer bestonden dan een wiebelige plank. Maar voor een weg was grond nodig. En geld. Hoe ging dat in zijn werk? Waarom is de weg naar de dorpsdokter genoemd? En zijn dat allemaal perenbomen die langs de weg staan? Op al deze vragen krijg je een antwoord in deze boeiende tentoonstelling.
Neem plaats bij Egbert Stellink aan de keukentafel en kijk rond in zijn leefwereld. Egbert was een nestblijver; hij is altijd blijven wonen in zijn ouderlijk huis. Eerst nog met eveneens ongetrouwde broer Albert, de laatste jaren woonde hij alleen op zijn boerderijtje. De documentaire gemaakt door Anke Teunissen bekijkt u met een VR bril en geeft een inkijk in het dagelijkse leven van een eenvoudige maar daardoor bijzondere man.