De huidige kerk staat al ruim vijfhonderd jaar op de plaats waar rond het jaar 1000, en wellicht al daarvoor, een kerkje stond. De Oude Kerk werd gebouwd rond 1440, waarschijnlijk op last van Willem II van der Leck, Heer van den Bergh. Over het recht om een priester of dominee te benoemen (het collatierecht) is eeuwenlang strijd geleverd tussen de huizen Bergh en Wisch.
Omstreeks 1600 – een onrustige tijd in de Achterhoek met plunderende troepen – kwam de kerk in gereformeerde handen. Ook de Ettense kerk ontkwam niet aan plunderingen, maar enkele tientallen jaren later was de schade grotendeels hersteld. Een van de eerste predikanten was Ioachimo Grapenitz.
Een deel van de kerk werd in 1787 afgescheiden als leslokaal aan kinderen. Die afscheidingsmuren zijn bij de restauratie in de jaren vijftig van de vorige eeuw verwijderd. Een hevige brand in 1841 zorgde ervoor dat het gehele dak van de kerk instortte. Sinds 1996 is stichting Gelderse Kerken eigenaar van de kerk.
De Oude Kerk is een gotische kerk, gedeeltelijk van tufsteen, gedeeltelijk gemetseld in baksteen. De kerk heeft een vierkante romaanse toren uit de twaalfde eeuw met een ingesnoerde naaldspits. De twee klokken in de Oude Kerk zijn veruit de oudste klokken van de kerktorens van Gelderse Kerken.
Het gotisch schip heeft een versmald koor. De ribben van de kruisgewelven steunen op kraagstenen, waarvan er enkele wellicht stammen uit de elfde eeuw. De in 1950 gebouwde consistoriekamer is gebouwd met stenen van de tijdens de oorlog verwoeste Eusebiuskerk in Arnhem.