




Waarschijnlijk stond er al in de vijftiende eeuw een rooms-katholiek kapelletje in Tienhoven. Al in 1361 wordt er melding gemaakt van het verpachten van een stuk grond aan de kerk van Maarssen voor het stichten van een kapel. Tienhoven behoorde dus bij het kerspel Maarssen, maar in 1521 richt de kerk van Tienhoven een verzoek aan de bisschop om een eigen geestelijke te mogen benoemen en dus een eigen parochie te vormen. De kerk van Maarssen was echter niet enthousiast en dus veranderde er niets tot de reformatie zich aandiende.
Een prent uit 1611 laat een verwaarloosde kerk zien, maar een prent uit 1722 toont een gerestaureerde kerk met een steen waarop het jaartal 1622 staat. Waarschijnlijk is de kerk in dat jaar gerestaureerd.
Op 9 september 1812 voltrekt zich een vreselijk ramp. Door hooibroei ontstaat er brand. De kerk, de pastorie, de school en negen andere woningen worden verwoest. In 1813 wordt er begonnen met het herbouwen van de kerk. De eerste steen wordt gelegd door ambachtsvrouwe M.E. van Collen.
Bij de herbouw van de kerk in 1813 heeft men de muren, die nog waren blijven staan, opgenomen in de herbouwde kerk. Dat is nog steeds te zien. De oudere muren zijn dikker dan de nieuwe. Ook de klok van 1615, die tijdens de brand uit de toren was gevallen en daardoor is gebarsten, is nog steeds in de kerk te zien.
Het orgel is gebouwd door E. Leichel in 1880, met gebruikmaking van een ouder front, gebouwd ca. 1790.