

De straatnaam Munnickenveld herinnert nog aan de middeleeuwen toen het terrein tussen de Turfhaven, de Noorderstraat, de Veemarkt en het Nieuwland aan het klooster van de Kruisbroeders toebehoorde. Ter plekke van het huidige St. Pietershof stonden enkele stenen gebouwen in carrévorm langs de huidige Spoorstraat, het Dal en de Mosterdsteeg; een kapel, een keuken, een gemeenschappelijke eetzaal en achttien afzonderlijke slaap-‘cellen’. Alleen de grondvorm van het huidige St. Pietershof herinnert nog aan de kloosterperiode.
Na de hervorming komt het klooster in eigendom van het stadsbestuur en verandert de naam in St. Pietershof. De ruimtes worden jarenlang bewoond door ouderen die zorg behoeven. In 1617 vindt een rigoureuze verbouwing plaats, gedeeltelijk op de fundamenten van het voormalige klooster. Aan de oost- en westzijde van het gebouw komen vleugels met woningen. De nieuwe entree van het complex aan de Spoorstraat wordt met een toepasselijk poortje omlijst. Grenzend aan de Mosterdsteeg verschijnt een ‘tucht- en dolhuis’ in de vorm van een vierkant. Beneden worden geesteszieken, criminelen en drankverslaafden opgesloten. Op de eerste verdieping komen twee zalen en woningen voor de bewakers. Ook het torentje op de binnenplaats dateert uit deze tijd.
De voormalige kloosterkapel aan het Dal wordt in 1692 gesloopt om ruimte te maken voor de huidige, bewaard gebleven vleugel. De classicistische voorgevel bevat een opvallend fronton waarin het wapen van Hoorn omvat door een eenhoorn. Schuin onder de eenhoorn zijn de wapens van een aantal burgemeesters en van de regenten van de instelling geplaatst. Op de twee blauwe linten het woord ANNO en in Romeinse cijfers het jaartal 1692.
De 17e -eeuwse vleugels hebben de oorspronkelijke indeling behouden met eenkamerwoningen en entresol. Galerijen langs de woningen rond de grote hof zijn overkoepeld met een tongewelf op gesneden voluutconsoles. Let in de gangen ook eens op de bewaard gebleven pompen en turfhokken. In de noordoost vleugel bevindt zich de regentenkamer met beschilderd plafond uit 1769, het goudleerbehang, de schoorsteen met spiegel en de wandspiegels met kandelabers. Het ontwerp van de binnentuin met waterpompen en zonnewijzer dateert uit 1748.
In 1901 wordt de oostelijke gevelmuur aan de Spoorstraat gesloopt. Op de oude fundering verschijnt een nieuwe 62 meter lange muur in neorenaissancestijl naar ontwerp van Johannes van Reijendam. Het natuurstenen poortje uit 1617 wordt verhoogd teruggeplaatst en opnieuw ingemetseld.
In 1961 dreigen de 97 oorspronkelijke wooneenheden afgekeurd te worden door het ministerie van volksgezondheid. Ze worden gerestaureerd tot 50 bewoonbare units waarbij één woning in oude stijl behouden blijft.