
Onder het stationsgebouw, naast de fietsenstalling, ligt een echte schuilkelder. Deze wordt in 1962 – midden in de Koude Oorlog – gebouwd compleet met een commandopost van de dienst Bescherming Bevolking (BB). Na de Tweede Wereldoorlog heerst er weliswaar vrede in Europa, maar echt veilig voelt men zich niet. Immers, zowel de Verenigde Staten als Rusland hebben de beschikking over een atoombom. De grote mogendheden staan dus decennialang op scherp omdat men bang is voor het gebruik daarvan.
Voor NS-personeel Daarom worden er in Nederland schuilkelders aangelegd zoals deze. De kelder biedt plek aan zo’n vijftig mensen en is vooral bedoeld voor NS-personeel en toevallige passanten op het moment van een ramp.
Een stalen deur sluit de kelder hermetisch af. Binnen had men via een telefoon contact met de buitenwereld en uiteraard was er voldoende voedsel en water om het een aantal dagen uit te houden. Het comfort was minimaal. Er waren ook een paar nooduitgangen voor het geval de hoofdingang door bijvoorbeeld gevallen puin niet meer bruikbaar was.
De burgemeester en zijn staf hadden hun commandocentrum onder een schoolgebouw in de Ganzendiepstraat. Later werd dit verplaatst naar het – nu oude – stadhuis aan het Baken.
Muzikale oefenruimte Halverwege de jaren tachtig raken de schuilkelders in onbruik. Ze krijgen andere functies of staan er wat verloren bij. Zo heeft deze schuilkelder jarenlang dienstgedaan als een muzikale oefenruimte voor een band. Het bordje ‘stilte opname’ is nog een stille getuige van die periode.
Dat schuilkelders geen overbodige luxe zijn, bewijst de huidige dreiging vanuit Oost-Europa. Geleidelijk aan begint men zich voor te bereiden op een mogelijke catastrofe, net als ten tijde van de Koude Oorlog.