
Het kerkje is gebouwd in 1732 op fundament van een Middeleeuwse voorganger. De oude kerk was in de loop van de tijd zo bouwvallige geworden dat de dominee de kansel niet meer op durfde. De nieuwe kerk is kleiner dan de oude. Bijzonder is dat er een origineel bestek uit 1732 van de fabrijk Jan Pluym in het kerkarchief aanwezig is.
Interieur
De houten wand tussen de kerkzaal en de entree en het wulfsel (gewelf) zijn rond 1845 aangebracht. Dit diende ‘ter gemak van het spreken en verwarming’. Op de houten wand die voor een groot deel achter het orgel verscholen is, zijn verschillende houtimitaties aangebracht.
Een mooi kerksieraad is de fraaie koperen lezenaar aan de kansel. Deze is geschonken door twee zussen Maartens, die in deze kerk zijn gedoopt (Eijchie in 1642 en Barbara in 1647). Hun vader Maerten IJsbrants Verhoef stierf in het jaar 1700. Mogelijk hebben de dames de lezenaar geschonken uit de nalatenschap van hun vader.
Mevrouw Catharina van Groningen, die de monumenten in de Alblasserwaard beschreef, noemt deze lezenaar de fraaiste in de omgeving: ‘Het bladwerk is fijn van detaillering en uitwerking. De forse arm bestaat uit twee krullen; tegen de lezenaar eindigt hij met een bloemknop, aan de preekstoelzijde met een dolfijnenkopje in de krul bij de aanhechting’.
Ook de voorzangerslezenaar is bijzonder, de herkomst is onbekend. In de Engelse Presbyteriaanse kerk op het Begijnhof in Amsterdam is een identiek exemplaar aanwezig. Deze Amsterdamse lezenaar is in 1689 geschonken door koning/stadhouder Willem III en zijn vrouw Mary, maar dat de Ottolandse lezenaar van hen afkomstig is, ligt niet voor de hand, maar het kan wel een aanwijzing zijn voor de ouderdom.
Grafzerken
In de kerkvloer zijn een aantal grafstenen openomen , een deel ligt onder de kerkbanken.
Buiten
De kleine luidklok in het daktorentje is gedateerd 1734.
Op de zuidgevel is een kleine, houten zonnewijzer te zien, die mogelijk ook uit 1734 stamt.
Achter de kerk ligt een kerkhof, dat nog steeds in gebruik is.