Op zaterdag 12 september opent het Nederlands Tegelmuseum zijn deuren kosteloos voor publiek.
De tegels in het museum zijn voor het overgrote deel ooit toegepast als vaste wandafwerking. De tegel is immers een decoratief en praktisch bouwmateriaal. Praktisch, omdat de glazuurlaag vocht weert en eenvoudig met water schoon te maken is. Decoratief, omdat tegels er verschillende kleuren glazuur beschilderd kunnen worden. Ze kunnen eeuwenlang meegaan zonder te verkleuren, en toch zijn ze ook kwetsbaar voor bedreigingen. Ze kunnen breken, zouten kunnen inwerken op het glazuur, en de decoraties kunnen uit de mode raken, zodat ze bij modernisering worden verwijderd. Veel bijzondere stukken uit de collectie komen uit historische gebouwen die geen monumentenstatus kregen, of ondanks die status toch afgebroken werden. Te denken valt aan de tableaus van huis Kareol in Aerdenhout (1907) en de Zaanse smuiger uit boerderij De Schans bij Wormer (ca. 1850).
Vrijwilligers van de Stichting Vrienden Nederlands tegelmuseum hebben in de afgelopen twintig jaar een database opgebouwd van tegeltoepassingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Deze bevat ruim achtduizend adressen. Kennis en documentatie zijn een belangrijke voorwaarde van behoud voor erfgoed. Zie: https://vriendennederlandstegelmuseum.nl/onderzoek/tegels-op-locatie
Het Nederlands Tegelmuseum
Het Nederlands Tegelmuseum toont de grootste en meest veelzijdige collectie Nederlandse wandtegels en tegeltableaus vanaf de late Middeleeuwen tot hedendaagse keramiek. Een unieke en historisch belangrijke verzameling van een bijzondere tak van Nederlands design.
Foto boven: Voortuin van het museum, met de wand van keramiek en natuursteen die Ootje Oxenaar (1929-2017) ontwierp voor het Belastingkantoor in Zeist (1963). Dit voorbeeld van monumentale wandkunst uit de wederopbouwtijd is afgebroken in 2005. Foto via Nederlands Tegelmuseum.
Foto onder: Fruitschaal uit de gevel van huis Kareol, ontwerp van Max Laeuger, 1908. Afgebroken in 1980. Foto via Nederlands Tegelmuseum.