



Aan de rand van Huizen staat een bijzonder industrieel monument: de voormalige krachtcentrale van de Balatumfabriek. In 1939 werd deze centrale gebouwd om de snelgroeiende productie van vloerzeil, papier en later kunstleer van stroom te voorzien. Een vooruitstrevende stap, want het bedrijf wilde minder afhankelijk zijn van externe leveranciers.
Die beslissing bleek van levensbelang tijdens de Tweede Wereldoorlog. Terwijl de bezetter probeerde controle te krijgen over industriële voorzieningen, slaagden directeuren Salvador Nolte en Jan Kranendonk erin de centrale onder de radar te houden. Met vindingrijkheid en lef wisten zij de krachtcentrale draaiende te houden, zelfs tijdens de beruchte “hongerwinter” van 1944-1945.
In die laatste maanden van de oorlog was Huizen vrijwel verstoken van elektriciteit. Maar dankzij de Balatum-centrale kon niet alleen de fabriek blijven draaien, ook een groot deel van de regio werd van stroom voorzien. Daarmee werd de centrale een onmisbare levenslijn in een van de donkerste perioden van de twintigste eeuw.
Na de oorlog speelde de centrale nog jarenlang een belangrijke rol in de wederopbouw van het bedrijf, dat in 1965 op zijn hoogtepunt ruim 1200 mensen in dienst had. De krachtcentrale is daarmee een tastbaar symbool van ondernemingszin, technische innovatie én veerkracht.
Vandaag de dag herinnert het gebouw ons aan een cruciale periode in de Huizer geschiedenis, waarin industrie en samenleving letterlijk en figuurlijk op eigen kracht vooruit moesten.