In 1929 werd de kerk in waterstaatsstijl vervangen door de huidige dorpskerk. Sommige historici menen dat een brand in 1927 de belangrijkste reden voor nieuwbouw was. Anderen zeggen dat een tekort aan zitplaatsen en de slechte bouwkundige staat van de oude kerk noopten tot nieuwbouw. Omdat ook in die tijd kerkelijke gemeenten niet over onbeperkte financiële middelen konden beschikken, werd besloten de kerk aan alle kanten 55 centimeter kleiner te maken dan oorspronkelijk de bedoeling was. Op 7 mei 1929 werd het kerkgebouw officieel in gebruik genomen. De ingebruikneming volgde een maand later dan gepland, omdat de schilder door de strenge winter de muren en banken niet eerder kon verven.
De plattegrond van de dorpskerk, die zo’n 800 zitplaatsen telt, heeft de vorm van een Grieks kruis. Deze bouwvorm werd sinds de bouw van de Noorderkerk in Amsterdam in de hervormde en de gereformeerde kerkarchitectuur veelvuldig toegepast. Het interieur van de kerk wordt gedekt door houten zolderingen in de vorm van twee opgaande vlakken die aan de bovenzijde zijn afgeknot. Aan de buitengevels, die uit grauwe baksteen bestaan, is enige invloed zichtbaar van de zogenaamde Amsterdamse school.
Dit jaar is er speciale aandacht voor ‘400 jaar Hervormd Wierden’. Zo zal de Stichting Herstel Kleine Historische Elementen een bronzen plaquette onthullen met daarop de geschiedenis van de kerk.
Meer info volgt.