Bouwstijl
Laatgotisch
Ligging
Welkom in dit schilderachtige kerkje van Katlijk. De muren vertellen hun verhaal, evenals de klokkenstoel naast het kerkhof.
Datering
De geschiedenis van Katlijk gaat terug tot in de dertiende eeuw. Het is bekend dat er in 1254 al een kapel staat, waarna langzaam een buurtschap ontstaat. In 1525 krijgt de buurtschap een eigen kerk, waardoor het een dorp wordt, een turfdorp welteverstaan omdat een compagnie hier turf laat delven. De kerk ligt op een hoog terrein, dat een restant is van een natuurlijke kop van het hoogveen.
De naam Katlijk stamt waarschijnlijk af van twee woorden: kat vanwege de arme grond, en leek omdat er vanuit de Tjonger door het gebied een leek (synoniem voor beek) stroomde.
Exterieur
Het torenloze zaalkerkje dateert van ongeveer 1525. Het is opgetrokken van rooswinkels. Dat is een steensoort die in de eerste helft van de zestiende eeuw de kloostermoppen verdringt. Deze rooswinkel bakstenen zijn een slag kleiner dan kloostermoppen.
De muren van het schip en van het driezijdig gesloten koor worden gesteund door zware beren. Het muurwerk is levendig door de afwisseling van vensters, oorspronkelijk met een gemetselde middenstijl en blinde nissen. In de koormuur bevindt zich een dichtgemetselde nis, misschien heeft hier ooit het ‘dodenlicht’ in gestaan om boze geesten te verjagen. Aan de westzijde zit een puntgevel uit circa 1600 met baksteenvlechtingen in de top. Mogelijk heeft het kerkje een houten voorganger gehad, maar er zijn geen stenen funderingsresten gevonden toen de kerk in restauratie was in 1978. Deze restauratie heeft een conserverend karakter gehad, zodat de geschiedenis van het gebouw leesbaar blijft.
Interieur
Bij de eerdergenoemde restauratie herkrijgt de zeventiende-eeuwse preekstoel zijn oude plaats aan de zuidmuur. Hier zien we ook enige muurnissen. De rechthoekige muurnis in het koor valt op door de horizontale gleuf. Deze nis heeft een functie gehad tijdens de katholieke eredienst, het dient voor het opbergen van liturgisch servies. De kansel is voorzien van toogpanelen, onder de kuip is ‘open krulwerk’ aangebracht. Op verzoek van de plaatselijke bevolking is het eikenhout van de kansel in zicht gebleven, oorspronkelijk moet dit meubelstuk in oud-rose -in het zogenaamde appelbloesem- zijn geschilderd. De vloer is geplaveid met estriken. Bij de preekstoel ligt een zandstenen zerk met een vrijwel onleesbaar gotisch opschrift, die eerst in twee delen buiten de kerk heeft gelegen. De kerkbanken zijn vervangen door stoelen. Aan de koormuur hangt een achttiende-eeuws psalmbord. Onder de orgelgalerij staan twee herenbanken met overhuiving.
Orgel
Orgelmakerij Mense Ruiter uit Zuidwolde bouwt in 1982 het orgeltje met vier registers. Het uiterlijk oogt klassiek, het is dan ook in de stijl van de Van Damorgels gemaakt. Het heeft één klavier en aangehangen pedaal.
Kerkhof
Klokkenstoel | In deze omgeving komt het vaker voor dat er geen toren bij de kerk is gebouwd, omdat die zou wegzakken in de zompige veengrond. Uit praktische overweging kiest men dan voor een houten klokkenstoel. Aan de noordkant van de kerk staat de in 1930 geheel vernieuwde klokkenstoel. De twee klokken -daterend van omstreeks 1752- van de hand van Cypranus Jans Crans zijn in de oorlog door de Duitse bezetter gevorderd en omgesmolten. Op beide klokken staan Friese teksten over de klokkenroof. Cypranus Jans Crans komt uit een beroemd klokkengietersgeslacht. Sinds 1952 hangen er nieuwe, die met de hand geluid worden. Het Sint-Thomasluiden, ook wel pluisluiden of duiveljagen genoemd, is een traditie die erin bestaat dat tussen 21 december (de feestdag van de apostel Thomas) en 31 december de klokken worden geluid. Door het luiden van de klokken worden de kwade geesten, die de dagen doen korten, verdreven.