Waarschijnlijk werd er in de 11e of 12e eeuw op deze plek een zaalkerkje gebouwd, waarvan delen van de toren en het schip nog stammen uit die tijd. Later werd de zuidbeuk toegevoegd, terwijl in de 16e eeuw zowel de toren als de noordbeuk zijn vernieuwd.
In diezelfde eeuw ontstond er onenigheid over de benoeming van een nieuwe pastoor, omdat het patronaatsrecht van de parochie werd betwist door drie heren: van Genhoes, Schaloen en het hoger gelegen Sibberhuuske. In 1543 werd de ruzie opgelost met de afspraak dat elk van hen vier maanden per jaar het recht had om een pastoor te benoemen.
In 1757 ontwierp de Akense bouwmeester Johann Joseph Couven een gepleisterd bakstenen priesterkoor, versierd met hardstenen ornamenten en pilasters. Halverwege de 19e eeuw werden de zijbeuken naar het westen uitgebreid, waardoor ze de toren deels omsluiten.