
Kort na 1832 verkocht het waterschap de dijkgrond tussen de Vrouwenpoort en de duikersluis op de overgang van de Rijn naar de Lek. Er mocht nu voor het eerst worden gebouwd in de waterkerende dijk. Het is om diverse redenen een bijzondere plek.
Het langgerekte pand is waarschijnlijk rond 1845 gebouwd als schuur of pakhuis. Tussen 1905 en 1969 werd het voor de opslag en verkoop van kolen gebruikt door Cornelis Rotman en later vader en zoon Dikker. Nadat het gedaan was met de kolen, verbouwde kunstschilder Willem van de Hulst het verwaarloosde pand in 1974-1975 tot woonhuis met atelier en expositieruimte. Bijzonder zijn de verschillende niveaus en de doorbraak door de middeleeuwse stadsmuur, waarvan binnen grote stukken te zien zijn.