Wie langs de rand van het open landbouwgebied kijkt, ziet hem al van ver staan: de watertoren uit 1924. Met zijn stevige vorm, bijzondere opbouw en markante kop is de toren een echte blikvanger in het landschap. De toren werd gebouwd in expressionistische stijl naar een ontwerp van architect H. Sangster, in opdracht van de N.V. Waterleidingmaatschappij Noord-West-Brabant uit Oudenbosch.
De bouw van de watertoren vertelt het verhaal van een periode waarin goede drinkwatervoorziening steeds belangrijker werd. De waterleidingmaatschappij was enkele jaren eerder opgericht, op 21 juni 1916. Sangster ontwierp in het eerste kwart van de twintigste eeuw voor deze maatschappij meerdere watertorens in een vergelijkbare stijl. Een aantal daarvan stond onder meer in Almkerk, Anna Jacobapolder, Dinteloord, Fijnaart, Hoge en Lage Zwaluwe, Raamsdonksveer, Steenbergen, Sint Philipsland en Zevenbergen. Verschillende van deze torens zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan.
De toren zelf is bijzonder in vorm en techniek. Hij heeft een vierkante plattegrond en wordt bekroond door een achthoekige kop met een tentdak, dat is afgewerkt met koper. De constructie bestaat uit een skelet van gewapend beton, met een bekleding en vulling van baksteen en sierpleisterwerk. Oorspronkelijk waren het betonnen skelet en het baksteen duidelijk zichtbaar. De toren is bijna 49 meter hoog en opgebouwd uit verschillende lagen, steunberen en erkerachtige uitkragingen die hem zijn karakteristieke uitstraling geven.
Wat deze watertoren extra bijzonder maakt, is dat hij twee waterreservoirs heeft. Dat is goed terug te zien in de architectuur. Het hoogwaterreservoir heeft een inhoud van 400 kubieke meter en het laagwaterreservoir een inhoud van 300 kubieke meter. Binnen in de toren bevinden zich verschillende vloeren en trappen, waaronder rechte steektrappen met bordessen, een betonnen Engelse trap en een ijzeren staande ladder langs het bovenste reservoir. Zo laat de binnenkant van de toren mooi zien hoe functie en vorm met elkaar verbonden zijn.
Vandaag de dag is de watertoren van grote cultuurhistorische betekenis. Hij laat zien hoe de watervoorziening in Noord-Brabant zich ontwikkelde en is een bijzonder voorbeeld van een betonnen watertoren met dubbel reservoir. Ook architectonisch is de toren waardevol, onder meer door het ontwerp van Sangster, het materiaalgebruik en de expressionistische uitstraling. Door zijn ligging aan de rand van het open landschap heeft de toren bovendien een sterke beeldbepalende waarde. Het is niet zomaar een gebouw, maar een herkenbaar monument dat het verhaal van techniek, architectuur en regionale geschiedenis samenbrengt.
Al een eeuw lang is de watertoren een vertrouwd baken in Etten-Leur. Nadat hij zijn functie als waterleverancier verloor, bleef de toren stil achter. De leegstand liet zijn sporen na. Weer en wind kregen vat op het gebouw en ook vandalisme heeft de watertoren geen goed gedaan. Toch staat hij er nog steeds: krachtig, herkenbaar en vol mogelijkheden.
Een mogelijke herbestemming kan nieuw leven in de toren blazen (revive). Restauratie is noodzakelijk om de elementen ook in de tweede eeuw te kunnen doorstaan (resist). En wat voor prachtige ideeën zijn er te bedenken voor de toekomst van ‘onze’ watertoren (reimagine)?
Tijdens het open monumentenweekend kunnen bezoekers meedenken en fantaseren over mogelijke toekomstige bestemmingen. Kunnen we van de watertoren weer een prachtig baken van Etten-Leur maken?