

Villa Frisiastate werd in 1910 gebouwd op een stuk grond dat afgesplitst was van het park rond kasteel Oud Wassenaar. In feite gaat het hier om een heel complex, bestaande uit het hoofdhuis, een groot koetshuis annex garage (waar je vanaf het inrijhek op uit kijkt) en een naast het inrijhek staande portierswoning. Ook was er vroeger een grote ommuurde moestuin. De opdrachtgever voor de bouw was Engel Pieter de Monchy (1861-1938), groothandelaar in tabak. Hij behoorde tot de vele havenbaronnen en zakenlieden die in Rotterdam kantoor hielden en in Wassenaar een huis lieten bouwen. Via het Hofpleinlijntje, een treinverbinding tussen Rotterdam, Den Haag, Wassenaar en Scheveningen konden zij vanaf 1908 dagelijks op en neer reizen tussen hun bedrijf en hun woonhuis.
Villa Frisiastate, die aanvankelijk Klein Wassenaar heette, werd ontworpen door Zacharias Hoek en Co Brandes. Zij waren verbonden aan het Haagse architectenbureau Hoek en Wouters. Hun directeur Johannes Thomas Wouters was verantwoordelijk voor de ontwikkeling van verschillende villaparken in Den Haag en Wassenaar. Frisiastate werd ontworpen in de Nieuw Historiserende bouwstijl met invloeden van onder andere de Engelse landhuisstijl. Met name Co Brandes zou zich ontpoppen als een veel gevraagd ontwerper van villa’s (en vele andere bouwwerken).
Op Frisiastate werd een grote staat gevoerd. Een kleinzoon van Engel de Monchy herinnerde zich later dat de bewoners beschikten over paarden, koetsen en drie zeer kostbare Minerva-automobielen. Twee chauffeurs, dienstmeisjes, linnenmeisjes, tuinlieden en butler ‘Wullem’ vormden samen het personeel. Eens per week kwam er een horlogemaker uit Den Haag om alle klokken in huis op te winden. Met kerstmis werden grote diners gegeven, waarvoor andere Rotterdamse families werden uitgenodigd, die dan vaak een week bleven logeren.
In 1965 werd Frisiastate in gebruik genomen als gereformeerd kindertehuis. Het droeg voortaan de naam De Sonnenburgh. Dat was de naam van een huis op de hoek van de Van der Oudermeulenlaan en de Rijksstraatweg waarin het kindertehuis sinds 1949 was gevestigd, maar dat uiteindelijk te klein bleek voor het huisvesten van de kinderen. In 1994 vertrok het kindertehuis weer, waarna het huis aan de Lindelaan opnieuw een particulier woonhuis werd onder de naam Frisiastate. Het complex is later op voorbeeldige wijze gerestaureerd en opgedeeld in meerdere wooneenheden.
Tekst: Robert van Lit
Foto’s: Leo Kroon en Mariëtte van Lit-Pieterse
Villa Frisiastate was built in 1910 on a plot of land that had been separated from the park surrounding Oud Wassenaar Castle. In fact, it is an entire complex, consisting of the main house, a large coach house and garage (which you can see from the entrance gate), and a gatekeeper’s lodge standing next to the entrance gate. There was also formerly a large walled vegetable garden. The client for the construction was Engel Pieter de Monchy (1861-1938), a tobacco wholesaler. He was one of the many port barons and businessmen who had offices in Rotterdam and had a house built in Wassenaar. Via the Hofplein Line, a train connection between Rotterdam, The Hague, Wassenaar, and Scheveningen, they were able to travel back and forth daily between their business and their residence starting in 1908.
Villa Frisiastate, which was initially called Klein Wassenaar, was designed by Zacharias Hoek and Co Brandes. They were affiliated with the Hague architectural firm Hoek en Wouters. Their director, Johannes Thomas Wouters, was responsible for the development of various villa parks in The Hague and Wassenaar. Frisiastate was designed in the Neo-Historicist architectural style, with influences from, among others, the English country house style. Co Brandes, in particular, would emerge as a highly sought-after designer of villas (and many other buildings).
A grand lifestyle was maintained at Frisiastate. A grandson of Engel de Monchy later recalled that the residents possessed horses, carriages, and three very valuable Minerva automobiles. Two chauffeurs, maids, linen maids, gardeners, and butler ‘Wullem’ together formed the staff. Once a week, a watchmaker from The Hague came to wind all the clocks in the house. Large dinners were held at Christmas, to which other Rotterdam families were invited, who often stayed for a week.
In 1965, Frisiastate was put into use as a Reformed children’s home. From then on, it bore the name De Sonnenburgh. That was the name of a house on the corner of Van der Oudermeulenlaan and Rijksstraatweg where the children’s home had been located since 1949, but which eventually proved too small to house the children. In 1994, the children’s home moved out again, after which the house on Lindelaan once again became a private residence under the name Frisiastate. The complex was later restored in an exemplary manner and divided into multiple residential units.
Text: Robert van Lit
Photo’s: Leo Kroon and Mariëtte van Lit-Pieterse