

Tegenover de bekende theekoepel van Backershagen ligt te midden van groene mosheuveltjes een romantische, gemetselde grot. Tegenwoordig ligt de grot op het landgoed De Wiltzangk, maar oorspronkelijk maakte het gebouwtje deel uit van het park van de buitenplaats Backershagen, dat zich langs de Rijksstraatweg uitstrekte van de Paauwlaan tot even voorbij de Rust en Vreugdlaan. Als zovele buitenplaatsen kende Backershagen oorspronkelijk een strakke parkaanleg met lange rechte lanen, maar in tweede helft van de achttiende eeuw maakte die plaats voor een park in de landschapsstijl. Slingerende wandelpaden, kronkelende beekjes, afwisselende bosschages en boomgroepen gaven de indruk van een natuurlijk ontstane situatie. Maar ook dit park was gekunsteld en door een tuinarchitect op papier planmatig uitgewerkt.
Bij zo’n park hoorden zogeheten ‘follies’. Dat waren gebouwtjes die het park een eigen sfeer gaven. Ze hadden de gedaante van een kapelletje, een boerenhutje, een kasteel of een Zwitsers chalet. Ze dienden voornamelijk als aankleding van het park en soms kon je er in zitten om bijvoorbeeld thee te drinken en wat te keuvelen.
Van de grot van Backershagen is lang gedacht dat het een ‘Schelpengrot’ was, een gemetseld tunneltje dat was bekleed met verschillende soorten schelpen. Tot er een negentiende-eeuwse plattegrond van het park werd gevonden waarop de grot werd aangeduid als ‘Hermitage’. Een hermitage of kluizenaarswoning is ook bekend van andere Nederlandse parken. De grap was dat als de eigenaars van het park hun gasten over het terrein rondleidden, zij op een gegeven moment stuitten op een woninkje of grot waarin zogenaamd een kluizenaar woonde. Dat kon een grote pop zijn, maar ook werd wel een figurant ingehuurd die dan met verve de rol van kluizenaar vervulde. Ook het grotje van Backershagen zal op deze wijze dienst hebben gedaan. Binnen in de grot bevindt zich een stookplaats met een rookkanaal waarmee eten bereid kon worden.
Het is eigenlijk een wonder dat dit grotje de tand des tijds heeft doorstaan. Tientallen jaren was het vrij toegankelijk en werd het frequent door de jeugd bezocht. Het metselwerk brokkelde steeds meer af en de mosheuvels werden kaal door betreding. Enkele jaren geleden is het gebied rond de grot afgezet met een hekwerk opdat het kwetsbare bouwwerk niet verder beschadigd wordt.
Tekst: Robert van Lit
Foto: Mariëtte van Lit-Pieterse
Opposite the famous tea pavilion of Backershagen, amidst green mossy mounds, lies a romantic, masonry grotto. Nowadays, the grotto is located on the De Wiltzangk estate, but originally the small building was part of the park of the Backershagen country estate, which stretched along the Rijksstraatweg from the Paauwlaan to just beyond the Rust en Vreugdlaan. Like so many country estates, Backershagen originally featured a formal park layout with long, straight avenues, but in the second half of the eighteenth century, this gave way to a park in the landscape style. Winding footpaths, meandering brooks, varied groves, and groups of trees gave the impression of a naturally occurring situation. But this park, too, was artificial and systematically worked out on paper by a landscape architect.
So-called ‘follies’ were part of such a park. These were small buildings that gave the park its own atmosphere. They took the form of a small chapel, a farmhouse, a castle, or a Swiss chalet. They served primarily as decoration for the park, and sometimes you could sit inside them to, for example, drink tea and have a chat.
For a long time, the Backershagen grotto was thought to be a ‘Shell Grotto’, a small brick tunnel lined with various types of shells. That was until a nineteenth-century map of the park was found on which the grotto was labeled as a ‘Hermitage’. A hermitage or hermit’s dwelling is also known from other Dutch parks. The joke was that when the park owners showed their guests around the grounds, they would at some point stumble upon a small dwelling or grotto in which a supposed hermit lived. This could be a large doll, but an extra was also hired who would then play the role of a hermit with great gusto. The small grotto of Backershagen likely served this purpose as well. Inside the cave, there is a fireplace with a flue used to prepare food.
It is actually a miracle that this little cave has withstood the test of time. For decades, it was freely accessible and frequently visited by young people. The masonry crumbled more and more, and the moss mounds became bare due to foot traffic. A few years ago, the area around the cave was fenced off to prevent further damage to the fragile structure.
Text: Robert van Lit
Photo: Mariëtte van Lit-Pieterse
Zeer kwetsbaar, speciaal afgeschermd.