De Kattenburg kent aan het begin een heel bijzonder rijtje huizen. Ze vallen onmiddellijk op door hun vormgeving, de Jugendstil of Art Nouveau. Rond de vorige eeuwwisseling begon Druten langzaam te industrialiseren door de steenfabrieken; onder andere die van Dericks en Geldens en door de opkomende tabaksindustrie. Die opkomende industrie leidde tot nieuwe notabelen die huizen lieten bouwen in de stijl van die tijd, de Jugendstil. Deze stijl vond zijn neerslag in een deel van West-Europa, ruwweg in de periode 1890 tot 1910.
Het eerste huis in dit rijtje was het postkantoor toevallig niet in die stijl. Gebouwd door de rijksbouwmeester C. H. Peters in 1902-1903 in een stijl die een beetje het midden houdt tussen neogotiek en neorenaissance. Hij bouwde in zijn leven maar liefst 108 postkantoren verspreid over geheel Nederland. Daarna kwam er aan de Kattenburg een rijtje panden met duidelijke Jugendstil-motieven.
Nummer 13 verrees exact in dezelfde periode als het postkantoor, 1903-1904. Hier was de gemeente-architect Joseph Spits vermoedelijk de bouwmeester. Hij woonde zelf in het pand nr. 7. De opdrachtgever van nr. 13 was de gerechtsdeurwaarder Karel Willem Kelly. In 1911 deed A. van Woerkom een aanvraag om een uitbouw te mogen plaatsen ter plaatse van het voormalige kantoor. Naast hem, op nr. 14 en 15 woonde de directie van Dericks en Geldens. Zij zullen met dit rijtje en met het bondsgebouw op nr.27 uit 1898 een ware staalkaart van de mogelijkheden van hun steenfabriek in die tijd hebben willen tonen.
Nummer 13 kent boven de voordeur twee prachtige tegeltableaus in typerende Jugendstil motieven, gescheiden door een bakstenen deelzuiltje. Een stijl die geringschattend wel eens slaoliestijl genoemd werd. Het tableau vormt de bekroning van een groen geglazuurde rollaag onder het landschapstafereeltje. De Jugendstil is in haar uiting gebaseerd op natuurelementen in zwierige lijnen waarbij vogel- en bloemmotieven domineren. De voorgevel wordt nog verlevendigd door de iets terug liggende toegangspartij en het vooruitspringende kantoordeel. Dit past goed in het asymmetrische beeld van de gevel. De rooilijn verspringt op verschillende plaatsen in dit Jugendstildeel van de Kattenburg. Het tableau boven de voordeur en de geglazuurde rollagen boven de ramen verlevendigen het totaalbeeld.
In diezelfde periode ontwikkelden steenfabrieken allerlei andere soorten baksteen zoals de verblendstenen die aan deze gevel zijn toegepast. Het glazuren van sommige stenen, zoals bij de zogenaamde speklagen, rollagen en bogen in groen en geel, geven aan de gevel een levendig geheel nog versterkt met de blauwgrijze mangaan plintstenen.
In de loop van de vorige eeuw verwisselde het pand vaak van eigenaar. Omstreeks 1975 bleek het pand zwaar in verval. In 2001 werd Dion Wiegers eigenaar van het pand waarna een periode van herstel begon. Hij zag kans om door zijn ervaring als monumentenwachter het pand in oude luister te herstellen. Hij heeft zoveel mogelijk oude elementen teruggebracht zoals de Tuile du Nord-pannen op het dak, en de groen geglazuurde keramische piron op de voorgevel en de verdwenen houten balustrade op de winkeluitbouw (gereconstrueerd aan de hand van achtergebleven onderdelen).
Ook binnen heeft het pand een metamorfose ondergaan. De betimmering rond ramen en vensterbanken werd gereconstrueerd. In de gang werden onder de stuclagen op plafond en wanden diverse Jugendstil motieven aangetroffen die gedeeltelijk zichtbaar zijn gelaten. Reconstructie van alle kleuren op wanden en plafond zou een donkergroen interieur hebben opgeleverd in de gang en het kantoortje. Vandaar dat dit niet gebeurd is. Al deze versieringen zijn destijds bij de bouw aangebracht om de statuur van de eigenaar te versterken.
Verrassend is een restant vloer van gekleurde cementtegels dat onder de trap naar de eerste verdieping werd teruggevonden. Vermoedelijk had de gehele begane grondvloer in de hal tegels met dit motief. Er is besloten deze tegels niet meer terug te laten komen in het huidige interieur. Het restant is behouden als doorkijkje naar het verleden.