Architect J.F. Berghoef 1903 – 1994
Architect Johannes Fake Berghoef, voor familie en vrienden Jo, werd op 4 februari 1903 in Aalsmeer geboren. Zijn vader was textielhandelaar en later wethouder van Aalsmeer. Na de lagere school in Aalsmeer ging hij naar de HBS in Amsterdam. In de zomer van 1920 kreeg hij de mogelijkheid om een paar jaar eerder gerealiseerde tuinderswoning van J.J.P. Oud aan de Uiterweg van binnen te bekijken. Onder de indruk en enthousiast sprak Berghoef hierover met zijn oom. Die spoorde hem aan om zijn voornemen om scheepsbouw te studeren te heroverwegen ten voordele van een architectuurstudie. Als verjaardagscadeau kreeg hij op zijn 18e een exemplaar van ‘Landhaus und Garten’ van Hermann Muthesius, waar hij, naar eigen zeggen, zich volledig in verloor. Zijn beslissing om architect te worden, was daarmee bezegeld.
Raadhuis Aalsmeer, 1962
Twee lange smalle bouwblokken en een hoger bouwlichaam omsluiten een centrale hal. In de smalle vleugels zijn alle secretarie-afdelingen ondergebracht. De trouwzaal ligt op de begane grond van het hoofdblok, daaronder de raadskelder en daarboven de raad-zaal. Op dezelfde verdieping liggen de representatieve ruimtes en B & W kamers. Het hoofdblok springt even uit de contour van het gehele bouwblok en er is een torenaccent.
Het meest opvallende aan het gebouw is wel de stedenbouwkundige setting. Geheel in traditie van de door hem zo geliefde Italiaanse architectuur en stedenbouw, werd het raadhuis strategisch gesitueerd aan een plein waar mensen elkaar konden ontmoeten, samen zijn en feestvieren. Het gebied waar alle hoofdstraten op uitkwamen en ondersteund door de aanleg van nieuwe winkelwanden. Het succes van de jaarlijks terugkerende Geraniummarkt, Bevrijdingsdag en Bandjesavond bevestigen zijn gelijk, maar de aanwezigheid van al die geparkeerde auto’s zal hij niet hebben voorzien.
Zowel in verschijningsvorm als in plattegrond bracht het nieuwe denkbeelden over democratie en openbaarheid samen. Er zijn thema’s en verwijzingen naar zowel moderne als traditionele elementen, de klassieke architectuur uit de oudheid, de renaissance in Toscane. Een gelaagdheid die vooral een onbevooroordeelde kijk op (historische) bouwstijlen vergt. Deze nuance was in het naoorlogse architectuurdebat ver te zoeken. Niet verrassend dus dat het gebouw uiteenlopende reacties opriep. Voor de critici van toen een reden om hem een traditionalist te noemen, voor de critici van nu vormt de verwevenheid van tijden en stijlen juist de moderniteit van het gebouw: niet eenduidig maar pluriform, maar zonder overdadigheid of kunstmatigheid. Samen met het vernieuwende programma en de voor die tijd revolutionaire – uit Scandinavië geimporteerde – plattegrond, een voor die tijd zeer bijzonder gebouw.