De Helena Hoeve ligt in de dorpskern aan de Grevensweg (Tiengemeten 19) bij de Oude Haven in de Middenpolder op het eiland Tiengemeten. Het eiland is genoemd naar een oude oppervlaktemaat (gemet) en was vroeger slechts 10 gemeten (5ha) groot. Vanaf het eind van de 17e eeuw viel de zandplaat deels droog en raakte het eiland bewoond. De oppervlakte van het eiland nam, als gevolg van het getij in het Haringvliet, in de loop der tijd flink toe met nieuwe aanwassen.
In de 18e eeuw kwam aan de oostzijde een polder tot stand van 45 ha; de tegenwoordige Oude Polder. Vanaf 1804 werden op initiatief van de Compagnie, de Benedenpolder en de Middenpolder bedijkt, grote polders waarmee het eiland 350 ha besloeg. De Compagnie, onder leiding van Hugo Vogel en Bastiaan Broere uit Hooge Zwaluwe, runde het eiland meerdere decennia in de 19e eeuw als een groot landbouwbedrijf en financierde de aanleg en het onderhoud van de dijken. De Brabanders introduceerden bovendien op Tiengemeten een boerderijtype naar Brabants voorbeeld, met een vrijstaand woonhuis en een Vlaamse schuur met langsdeel. Na de bedijking van meerdere kleine aanwassen en van de Mariapolder (1827), kwam in 1854-1860 de grootste uitbreiding tot stand met de bedijking van de polder Brienenswaard. Hiermee was de bedijking van Tiengemeten voltooid en kreeg het zijn definitieve vorm met een oppervlakte van 730 ha. Het was destijds in gebruik bij slechts 4 boerenbedrijven, die voor 19e-eeuwse begrippen over zeer veel landbouwgrond beschikten.
Bij de Groote Haven in de Middenpolder was een kleine nederzetting met 3 boerderijen; de Marguerita Hoeve, de Helena Hoeve en de Louise Hoeve, een rijtje arbeiderswoningen, een smederij/postkantoor en een buurthuis dat ook als school diende. Enkele vaste arbeiders woonden op het eiland, maar in het hoogseizoen werden de meeste landarbeiders met een voetveer overgezet.
De Helena Hoeve werd kort na 1840 gebouwd, met van elders afkomstige 18de-eeuwse houten onderdelen. Vermoedelijk was het oorspronkelijk een dwarsdeelschuur. Net als de Louise Hoeve wijkt de gebintconstructie van deze schuren daarom af van de andere boerderijen op Tiengemeten. De schuur werd aangepast tot een zijlangsdeelboerderij. De grote schuur, met een deel in de lengterichting, was ideaal omdat er snel en makkelijk veel oogst binnengereden kon worden. Dankzij de dubbele inrijdeuren aan de voor- en achterzijde konden de wagens hun vracht lossen en meteen doorrijden. De doorrit in de zijbeukconstructie was echter snel te laag en werd aan de zuidzijde verbreed en verhoogd, waardoor een asymmetrische opbouw van de kapconstructie ontstond. Rond 1910 is de schuur aan de noordzijde van een extra zijbeuk voorzien en ontstond alsnog een vierbeukige constructie. Hier werd de koestal ondergebracht terwijl de zuidbeuk diende als tasruimte. De houten gevels van de schuur zijn in de jaren 1930 vervangen door stenen gevels naar ontwerp van L. Lammers, die toen ook de andere boerderijen op het eiland verbouwde.
Bij de boerderij is een vrijstaand woonhuis uit de bouwtijd. De opzet van vrijstaande woning met Vlaamse schuur is een boerderijtype dat vanuit Noord-Brabant werd ingevoerd. In de jaren 2010-2012 is het complex herbestemd: het woonhuis werd een restaurant en met een tussenlid aan het karnhuis gekoppeld waar sanitaire voorzieningen zijn gemaakt.
De schuur werd een Landbouwmuseum en werd inpandig voorzien van een glazen entreehal en een kantoorvertrek. Naast het woonhuis stond een 19e-eeuwse 4-delige kapschuur voor het plaatsen van werktuigen. Deze is in 2007 geheel gesloopt. Met de herbestemming van de boerderij in 2012 is een nieuwe schuur gebouwd naar het voorbeeld van de oude schuur waarbij de gevels zijn gepotdekseld. Het pand fungeert als ontvangst- en speelruimte bij de natuurspeelplaats. Het volume behoort bij het boerderijcomplex en is kenmerkend voor de indeling van het erf. Evenals de naastgelegen kleine schuur en vallen beiden binnen de bescherming.