De schuilkelder bij het Weeshuis aan de Achterweg in Tiel (tekst Peter Schipper).
In 1904 liet het bestuur van het Tielse weeshuis architect Jacob van der Ban een nieuw pand aan de Achterweg ontwerpen. Het was een wat onbegrijpelijk besluit, want het aantal wezen was in feite al op zijn retour.
Bij het nieuwe gebouw behoorde een flinke tuin, die aansloot op het perceel grond waarop het naastgelegen protestantse ziekenhuis Bethesda stond. Dan werpt de Tweede Wereldoorlog zijn schaduw vooruit. Ook Nederland beseft dat het roerige tijden zijn en dat er wel eens oorlog kan komen. Hulpdiensten worden opgetuigd en zo ook een luchtbeschermingsdienst.
Met het maken van schuilplaatsen of de wat grotere en stevigere schuilkelders hoopte men de bevolking te beschermen tegen luchtaanvallen. De schuilplaatsen waren eenvoudig en zelf te maken. Op het terrein van gemeentewerken aan de Hoveniersweg konden de Tielenaren in mei 1939 een model gaan bekijken. De stahoogte bedroeg 1.80 meter. Had je een lage tuin, dan groef je 60 centimeter diep en met de uitgegraven aarde wierp je dan wallen van 1.20 meter op. Was je tuin hoger gelegen, dan keerde je deze twee handelingen om. Dan restte nog het bekisten met hout van tenminste vijf centimeter dikte. De kosten beliepen voor het hout 65 à 70 gulden en
voor het maakloon 30 gulden, bedragen die alleen de welgestelden op tafel konden leggen.
Dan waren er de professionelere schuilkelders, die geschikt waren voor tientallen personen. We komen ze in Tiel onder andere tegen op het Kalverbos, het Sterrebos en het Bleekveld. En natuurlijk in de tuin van het weeshuis aan de Achterweg. Hier is de schuilkelder half in de grond gelegen tegen een oude muur. De wanden zijn opgebouwd met dikke betonblokken, het dak is van gewapend beton. Het geheel is afgedekt met grond. De kelder dateert uit de oorlog en bood onderdak aan zo’n tachtig personen. De aanwezigheid van het ziekenhuis zal wel mede bepalend zijn geweest om juist hier een schuilgelegenheid te maken.
Het bouwwerk is als enige van zijn soort in Tiel overgebleven en dus uniek.