
In 1794 gaf Cornelia Catharina Hodshon de Amsterdamse stadsbouwmeester Abraham van der Hart de opdracht om voor haar een woonhuis aan het Spaarne te bouwen. Het huis is uitgevoerd in neoclassicistische stijl. Voor het interieur werden kosten nog moeite gespaard. Decorateurs uit Haarlem en Amsterdam verzorgden het fraaie stucwerk, het fijne schilderwerk en het sublieme houtsnijwerk. Het is uniek dat het geheel vrijwel ongeschonden bewaard is gebleven. Sinds 1841 is het Hodshon Huis het onderkomen van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen.
Huis Hodshon is een waardevolle toevoeging aan de collectie van Hendrick de Keyser Monumenten, omdat het een 18de-eeuws voorbeeld is van een groot ontvangsthuis met een monumentaal trappenhuis. De representatieve vertrekken, ontworpen door Van der Hart, zijn uitzonderlijk rijk gedecoreerd en vertonen een grote eenheid.
Het bekleden van volledige wanden met delicaat stucwerk, zoals in de Blauwe Kamer, is zeldzaam in een Nederlands interieur. Dat geldt ook voor de Etruskische Kamer. Deze ruimte is gedecoreerd met schilderwerk in terracotta-rood op een zwarte achtergrond, met motieven ontleend aan oud-Griekse vazen.
Huis Barnaart in Haarlem, ruim tien jaar later eveneens ontworpen door Van der Hart, beschikt ook over een Etruskische kamer.