Grote Oost 6 maakt onderdeel uit van de drie patriciërswoningen aan het Grote Oost die dit jaar zijn opengesteld voor bezoekers. In de 18e eeuw is met name aan het Grote Oost door rijke regentenfamilies, zoals van Foreest, Abbekerk en van Akerlaken, een aantal panden verbouwd in Lodewijkstijl. Daarbij werd een nieuwe pronkgevel voor de bestaande houtconstructie van een of meer panden geplaatst. In 1742 was Cornelis van Foreest samen met zijn oom Nanning erfgenaam van de puissant rijke Maria van Egmond van de Nijenburg. Uit deze nalatenschap erfde hij onder andere de heerlijkheid van Slot Egmond en de buitenplaats Nijenburg in Heiloo.
Directe aanleiding voor de bouwopdracht van Grote Oost 6 was het huwelijk in 1728 tussen Cornelis van Foreest en Maria Eva van Akerlaken. Het alliantiewapen van beide families prijkt boven aan de voorgevel, rechts geflankeerd door Prudentia met een spiegel als symbool voor terughoudendheid en links Fortitudo met een zuil als symbool voor kracht en stabiliteit. Uit het bouwjaar dateert binnen nog de entree met sierstucwerk aan de wanden en het plafond in Lodewijk XIV stijl. Van Foreest hertrouwde in 1751 met burgemeestersdochter Maria van Hoolwerf. Het interieur kreeg een re-styling naar de nieuwste modetrends. In de voormalige salon aan de achterzijde is een marmeren schouw met grote spiegel in Lodewijk XV stijl bewaard gebleven.
Grote Oost 4 is in 1894 herbouwd en bij nummer 6 gevoegd. Daarbij zijn de voorgevel, de verdiepingshoogten, en het interieur aangepast aan Grote Oost 6. In 1915 verhuisde het waterschap Drechterland naar deze locatie. Het opzetstuk aan de voorgevel van het voormalig dijkmagazijn bij Andijk verhuisde mee evenals de schouw uit 1732 in de voorkamer. Dijkgraven en heemraden lieten hun familiewapens aanbrengen in gebrandschilderd glas in de achterkamer. Ook een aantal historische voorwerpen herinnert aan de periode dat het waterschap hier resideerde zoals wapenborden rond de deur in de voorkamer, oude kaarten en schilderijen.
In 1942 werd het Drechterlandse huis gevorderd door de bezetter en ingericht tot ‘ortskommandantur’. De grote vergaderzaal werd tot eetkamer bestemd, in de kamer van de voormalige secretaris hield de commandant kantoor en in de kamer van de voormalige dijkgraaf kwam de telefooncentrale.
Een plaquette aan de voorgevel tussen de nummers 4 en 6 herinnert aan Dieuw van Vliet en Aaf Dell. Zij hebben onderduikers geholpen in de conciërgewoning in de achtertuin.