

Aldus geschiedschrijver Velius over het huidige monument op de hoek van de Pakhuisstraat. Toen in 1606 het eerste Hoornse VOC-schip terugkwam uit Oost-Indië was er opslagruimte nodig voor goederen en gereedschappen. De houten cartouche boven de deur toont het jaar van de bouw met in het midden een gevulde peperbaal. Drie decennia na de bouw werd het pand met tien meter verlengd en besloeg het grootste deel van de Pakhuisstraat. Aan de linkerzijde kwam, weliswaar korter, een tweede pakhuis te staan. Archeologen vonden twintig jaar geleden in de achtertuin nog een enorme kuil met, wellicht afgekeurde, peperkorrels.
Restanten uit de periode dat de VOC hier verbleef, zijn de grenen kapconstructies en de balklagen. De schoorsteenmantel dateert uit het eind van de 18e eeuw. Daarop afgebeeld het monogram van de Hoornse kamer van de VOC en in reliëf een tak van de nootmuskaatboom, mercuriusstaf en twee specerijbalen. Nadat in 1798 de VOC werd opgeheven zijn de pakhuizen regelmatig ingrijpend verbouwd waardoor er van de oorspronkelijke situatie bijna niets bewaard is gebleven. De pakhuizen dienden aanvankelijk als graanopslag en vervolgens als militair magazijn, hulpkazerne en woningen voor onderofficieren. Nadat het rijk het beheer overnam hebben zo’n twintigtal instellingen ieder hun eigen stempel op het pand gedrukt.
Halverwege de vorige eeuw zijn beide gevels opnieuw opgemetseld en kregen ze hun huidige aanzien. Oude kenmerken, zoals de cirkelvormige openingen van oude ventilatoren in de zijgevel en de rondbogen en waterslagen in de voor- en achtergevel, zijn terug gerestaureerd. Ook de trapgevels zijn naar hun oorspronkelijke staat teruggebracht. De onderpui geeft het rechter monument een charmant aanzien maar is een eigentijdse interpretatie.