De oudste vracht- en vissersschepen werden van hout gemaakt. Ongeveer vanaf 1880 begon men stalen schepen te bouwen en bleef daarbij trouw aan de vorm en indeling van de houten voorgangers. In tegenstelling tot een vissersschip werd op een vrachtschip ook gewoond. De schipper en zijn gezin verbleven in zo krap mogelijke kamertjes want immers, iedere vierkante meter extra woonruimte ging ten koste van de vrachtruimte.
De klipperaak is een Nederlands zeilend binnenvaartschip. Het onderscheid met de gewone klipper zit in de vorm van het achterschip. In plaats van een teruglopend achterschip en het hek achter de roerkoning, heeft de klipperaak een ‘rond en vol’ achterschip met aanhangend roer. Daarom heeft het schip van oorsprong geen stuurwiel maar een helmhout waarmee gestuurd wordt. Een ruim achterschip betekent een groter achteronder en dus meer leefruimte voor de schipper en zijn gezin. Ook de kop van de klipperaak is minder spits dan die van een gewone klipper.
Klipperaken werden gebouwd op verschillende Nederlandse scheepswerven tussen ongeveer 1890 en 1930. Sommige klipperaken zijn naderhand verlengd om meer vracht te kunnen vervoeren. De ‘Passie en Strijd’ is in 1907 in Zwartsluis gebouwd als zeilend vrachtschip voor een rijke binnenvaartschipper. Het was in die tijd een zeer modern stalen schip met een lengte van 25 meter, een breedte van 5 meter en een diepgang van 1,20 meter.
Anja en Paul zijn vanaf 2010 de trotse eigenaren én bewoners van dit schip. Zij vinden het belangrijk dat het varend erfgoed in Nederland bewaard blijft en houden het schip in goede staat zodat het zeilvaardig blijft. Het restaureren van schepen vergt deskundigheid en specifieke vaardigheden. Veel scheepsonderdelen zijn niet meer leverbaar en moeten, net als vroeger, op ambachtelijke wijze worden vervaardigd. Dit gebeurt in de werkplaats en op het buitenterrein van Centrum Varend Erfgoed op het Oostereiland.