In de 17e en 18e eeuw woonden aan het Grote Oost de rijkste families van de stad. Van de twee oorspronkelijk panden op deze locatie zijn nog enkele muren en de kelder onder het linkerdeel bewaard gebleven. In 1777 zijn beide panden samengevoegd achter een nieuwe voorgevel in Lodewijk XV stijl. De bakstenen gevel is vier traveeën breed, opgetrokken boven een natuurstenen plint en bekroond door een rechte gootlijst met trigliefen en gesneden consoles. Ook de deuromlijsting is in Lodewijk XV stijl. De oorspronkelijke vensters zijn in de 19e eeuw vervangen door schuiframen. De stal en het koetshuis van deze regentenwoning lagen aan het Gerritsland en zijn in 1908 gesloopt.
Maria van Foreest had op deze locatie twee panden met stal en koetshuis geërfd nadat in 1745 haar vader Nanning was overleden en vijf jaar later ook diens weduwe Jacoba. Aanvankelijk verhuurde Maria de panden tot ze hier in 1777 zelf ging wonen met haar derde man, Mr. Jacob Binkhorst. Binkhorst was aandeelhouder van de Vaderlandse Maatschappij aan de Binnenluiendijk. Tot deze maatschappij behoorde onder meer een behangfabriek. Het is niet verwonderlijk dat het koppel de salons van hun optrekje decoreerden met beschilderd doek en papierbehang uit de behangfabriek van Jacob. Maria heeft echter niet lang van haar pronkkamers kunnen genieten, ze overleed in 1781. Een opgraving in de achtertuin bevestigde de rijkdom van de diverse bewoners. De vloeren van deze patriciërswoning moeten belegd zijn geweest met marmer en de wanden rijkelijk bedekt met sierlijke tegels. Rechts onder de trap is een mooi voorbeeld bewaard gebleven.
Het interieur op de begane grond ademt de rijke sfeer van de rococo. Sierlijk lijstwerk aan de in West-Fries groen geschilderde wanden, gestucte plafonds, tegeltableaus en een gesneden trapleuning. Ook de schouw en het geschilderde linnen behang met landschappelijke motieven zijn origineel. Dat het behang speciaal voor deze salon is ontworpen, blijkt uit het doorlopende motief met verdwijnpunten in de hoeken. Het papierbehang in het lijstwerk van de achterkamer was beschilderd met Chinese motieven. Toen de rechtbank haar intrede nam, is dit behang overgebracht naar het Westfries Museum en vervangen door rood velours met bloemmotief. Kantonrechter Bolt vond dit toch wat te frivool voor een rechtbank en liet het na WOII vervangen door groene stof. De lichtkoepel in de garderobe is voorzien van zeldzaam gebrandschilderd glas. Op de eerste verdieping zijn alle historische details verdwenen. Tussen 1947 en 1960 is daar namelijk ingrijpend verbouwd om onder meer de belastingdienst te kunnen huisvesten.
Na de Franse tijd liet de landelijke overheid kantongerechten en arrondissementsrechtbanken installeren waar, door onafhankelijke en goed opgeleide rechters, recht werd gesproken. Zo verschenen ook in Hoorn een arrondissementsrechtbank en een kantongerecht. Beide werden aanvankelijk in het Statencollege gehuisvest. De zittingsplek voor de arrondissementsrechtbank werd bij een rechterlijke reorganisatie in 1877 opgeheven. Daarna deelde het kantongerecht het Statencollege met het Westfries museum tot er in 1931 meer ruimte nodig was. Het kantongerecht verhuisde naar Grote Oost 53. De pronkkamers van Maria van Foreest hebben ruim tachtig jaar dienst gedaan als griffierskamer (voor) en zittingszaal (achter). In 2014 verhuisde het kantongerecht naar Alkmaar.