

Oude plattegronden tonen de aanwezigheid van drie schuilkerken áchter de erven van de even huisnummers aan de Ramen. De Lutherse Kerk, de Doopsgezinde Kerk en de Remonstrantse Kerk. Na de Reformatie namelijk, was het alleen de hervormde gemeente toegestaan om openlijk het geloof te belijden. Andere stromingen werden getolereerd mits ze in het straatbeeld onzichtbaar waren. De smalle steegjes aan de oostzijde van de Ramen herinneren nog aan de toegang naar die ‘verborgen’ schuilkerken.
De Lutherse schuilkerk uit 1631 lag pal achter de huidige kerk en was via de Tempelsteeg te bereiken. In 1768 werd dat gebouw wegens bouwvalligheid gesloopt evenals enkele woonhuizen aan de Ramen. Het overheidsbeleid t.a.v. de Lutheranen, was inmiddels flink versoepeld en zo kon er, dit keer prominent in het straatbeeld, een nieuwe kerk worden opgetrokken. De Lutherse kerk werd in 1769 in gebruik genomen, samen met de kosterswoning aan de linkerzijde. De Tempelsteeg werd voorzien van een poortje waardoor men opzij de kerk binnenkwam.
De voorzijde is naar 18e -eeuwse gewoonte als lijstgevel opgericht. De ingangspartij wordt gemarkeerd door zandstenen pilasters bekroond met een opzetstuk in Lodewijk XV stijl. Op een schild vinden we het opschrift uit de Nederlands Lutherse Bijbelvertaling: Hoe lieflijk zijn uwe woningen Heer Zabaoth, Ps. 84 vers 2. Aan de rechterzijde werd in 1773 de pastorie gebouwd, mede als dankbetuiging van de kerkelijke gemeente aan de zeer geliefde dominee Scholten.
De kerk is verdeeld in drie beuken en het interieur is geheel uitgevoerd in de rijke Lodewijk XV stijl. Veel houtwerk is gesneden met sierlijke asymmetrische motieven. Op het voorpaneel van de kuip herkennen we enkele evangelisten: Mattheus met de engel, Johannes met de adelaar, Marcus met de leeuw en achterop Lucas met de os. Bijzonder is ook de herenbank met als opzetstuk een klok in fraaie omlijsting. De trapleuning geeft in zeer kunstig snijwerk de naam Luther te zien. Op de preekstoel ligt de met zilver beslagen kanselbijbel.
Het orgel is gebouwd in 1772 door Pieter Müller, zoon van Christiaan Müller, bekend van het grote orgel in de St. Bavokerk te Haarlem. De orgelkas is fraai versierd met in de top een harp spelende koning David, bazuin blazende engelen en zwanen. Het geheel rust op een balustrade, rijkversierd met festoenen en asymmetrische voluten. Deze balustrade bekroont de smaakvol versierde portaalwand. Stadsorganist Mark Heerink neemt u graag mee langs de bijzondere details van het Müllerorgel in dit filmpje.