


De huidige voorgevel van Grote Oost 43 is in 1724 geplaatst voor drie oudere panden. Deze zijn nog afzonderlijk te herkennen in de zolderconstructie en aan het metselwerk van de achtergevel. In de constructie van de huidige kerkzaal zijn balken aangetroffen van een huis dat hier in 1594 was gebouwd. Twee belendende panden aan de linkerzijde waren in de 17e eeuw eigendom van Jacob van Foreest en zijn in 1670 samengevoegd. Boven de deur van het linker vertrek naast de hal treffen we nog een alliantiewapen aan dat herinnert aan Jacobs huwelijk met Maria Sweers. Hun erfgenaam, zoon Nanning, verbond de in oorsprong drie afzonderlijke panden achter de huidige voorgevel in 1724.
De zandstenen voorgevel wordt omlijst door twee geblokte hoekpilasters en een daklijst met geornamenteerde consoles, waarboven zandstenen vazen zijn geplaatst. Het middenrisaliet wordt bekroond door een attiek waarboven vier vazen en twee zittende Griekse goden. De vier beelden op de gevel stellen van links naar rechts voor: Minerva, Venus, Diana en Mars. Inwendig is de vestibule in Lodewijk XIV stijl bewaard gebleven. We treffen daar aan: een marmeren vloer, palissanderhouten deuromlijstingen, deuren met kussenpanelen en fraai gestucte wanden en plafond. In het stucwerk herkennen we putti die portretmedaillons vasthouden, het familiewapen van Foreest en een spiegelmonogram met de initialen van de opdrachtgever.
Het plafond in de hal toont een beroemd verhaal uit de klassieke mythologie. Drie Griekse godinnen meenden dat zij aanspraak maakten op een appel met de tekst “Voor de schoonste”. Ze kregen ruzie en Paris, zoon van de Trojaanse koning, werd aangewezen om de ruzie op te lossen. Dit verhaal is niet toevallig gekozen want Nannings vader had in 1663 een horloge met eenzelfde afbeelding aan zijn verloofde Maria Sweers geschonken. De inscriptie bestond uit een gedicht waarin de deugden van de godinnen Hera, Athena en Aphrodite aan Maria werden toegeschreven.
Nadat Nannings dochter Agatha en haar man/neef Joan vijf van de in totaal negen kinderen hadden gekregen, werd Grote Oost 53 wat te krap en kocht ze het ruimere Foreestenhuis voor 14.000 gulden van zus Hester. De erfgenamen van Agatha verkochten het pand in 1802 aan de Lutherse gemeente. Het plafond van de pronkzaal werd verwijderd en samen met de gang en de grote en de kleine achterkamer opgenomen in één grote ruimte; de huidige kerkzaal. De overige ruimtes waren afgezien van de consistorie ingericht als woning van de predikant. Vanaf de dertiger jaren werden de ruimtes verhuurd aan derden als kantoor.
Het orgel is gebouwd in 1865 door Hermanus (II) Knipscheer. Snijwerk geeft het orgelfront een elegante uitstraling. Stadsorganist Mark Heerink neemt u mee langs de bijzondere details in dit filmpje .