

De gebouwen van een middeleeuws klooster lagen gegroepeerd rondom een binnenhof. Zo’n kloostertuin was nauwkeurig ingedeeld met een bleekveld, een (medicinale) kruidentuin, een groentetuin en een boomgaard met fruit- en notenbomen. Veelgebruikte kruiden en groenten waren biet, kool- of raapzaad, zwarte mosterd, anijs en peterselie. De oorspronkelijke binnenhof op deze locatie ondersteunde de 55 zusters van het Mariaconvent om zo zelfvoorzienend mogelijk te leven.
De houten kapel van het Mariaconvent is in 1506 in steen herbouwd als éénbeukige zaalkerk. De Mariakapel is 9 x 28 meter, staat georiënteerd en heeft een driezijdige koorsluiting. De hoofdvorm van de vensters is oorspronkelijk, de houten en ijzeren vensterindelingen zijn echter van later datum. Ook de eetzaal (refter) herinnert nog zichtbaar aan de kloosterperiode. Dat is het hoge gebouw in de noordwestelijke hoek. Onderzoek van de eikenhouten kapconstructie wees uit dat het even na 1460 moet zijn gebouwd.
In 1572 werd het convent opgeheven en nam de stad Hoorn het beheer van de landerijen en gebouwen over. Daarna heeft dit complex 400 jaar als weeshuis dienst gedaan. Daarom wordt deze binnenhof momenteel aangeduid als ‘weeshuistuin’. De voormalige refter deed dienst als eetzaal en leslokaal. Op de bovenverdieping sliepen de jongens. De meisjes sliepen boven het bouwdeel tussen de eetzaal en de kapel. Op de begane grond van die vleugel woonden de ‘vader en moeder’ van de weeskinderen. In het lagere bouwdeel langs de Turfhaven bevonden zich de kamers voor regenten en regentessen.
Opvallend is de fraaie 18e -eeuwse waterpomp en de beelden van twee weeskinderen en een eenhoorn. Ook boven de linker deur van de voormalige eetzaal staan beeldjes van weeskinderen. Direct links naast de Mariakapel zijn restanten blootgelegd van de kapel van het Catharinaconvent uit 1454. Zelfs het groeiend erfgoed is in deze voormalige kloostertuin vertegenwoordigd; de ‘platanus acerifolia’ is van 1891.