



De dorpskerk van Westerblokker is in oorsprong een middeleeuwse zaalkerk uit begin 16e eeuw. De vormgeving is exemplarisch voor veel andere dorpskerken in West-Friesland. Aan de oorspronkelijke bouw herinnert nog de bewaard gebleven laatgotische toren. De achtkantige, ingesnoerde torenspits is met leien gedekt. Bovenaan prijkt een weerhaan op een vergulde granaatappel. Het metselwerk bestaat uit baksteen afgewisseld met rode Wezerzandsteen en Bentheimer zandsteen.
Op de begane grond van de toren bevond zich een arrestantenhok, dat nog tot 1929 werd gebruikt. Hoog in de toren zijn vier galmgaten met daarachter een klokkenstoel met een klok, genaamd Salvator. De klok weegt 481 kilo en werd in 1537 door Ghoebel Sael gegoten in Amsterdam. Het randschrift luidt: “Salvator hiet ick, den leevendychen roep ick, den doerden overluy ick, Ghoebekl Sael heeft my geghoten.” De klok wordt nog altijd met de hand geluid, terwijl de uurslag automatisch klinkt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontsnapte Salvator ternauwernood aan inbeslagname en omsmelting voor de Duitse oorlogsindustrie.
Het schip van deze zaalkerk werd in 1830, wegens bouwvalligheid, gesloopt en herbouwd. In 1864 werden de twee meest oostelijke traveeën en de kooromsluiting verbreed. Door toepassing van pilasters, kroonlijst en rondboogvensters kreeg de kerk een neoclassicistische uitstraling. De uitwendige muren aan de zuidelijke zijde zijn opgetrokken uit schoonmetselwerk in kruisverband. De noordelijke gevel is bepleisterd. Het dak van het schip is gedekt met zwarte geglazuurde oudhollandse pannen terwijl de kooromsluiting is voorzien van grijze, platte, gesmoorde Friese pannen.
De spanten van de kap dateren uit de eerste kerk en zijn hergebruikt bij de verbouwing in 1830. Ook het gebint tegen de toren aan, is nog volledig in gotische stijl. Het sleutelstuk van dit gebint toont een peerkraal met riemprofiel. De eikenhouten preekstoel uit 1657 heeft maniëristische stijlkenmerken. Ieder van de acht panelen toont een rondboog rustend op kapitelen en pilasters. Over zowel de onder- als de bovenkant loopt een kroonlijst met een fries. Als versieringen zijn flora- en faunamotieven gebruikt. Het kerkorgel van de hand van de Alkmaarse orgelbouwer Lodewijk Ypma is in 1871 voor deze kerk gebouwd. De kast is gebouwd in de stijl van de neorenaissance.