Fort Honswijk
Vanaf Honswijk kun je ook met het liniepontje naar fort Everdingen
Fort Honswijk
Fort Honswijk is één van de toonaangevende forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De voormalige geschutstoren van fort Honswijk is de oudste en grootste van de Waterlinies en is een architectonische schoonheid. Het Fort is onderdeel van de Stelling van Honswijk op het Eiland van Schalkwijk, en is onderdeel van het Unesco Werelderfgoed ‘De Hollandse Waterlinies’.
De geschutstoren
De voormalige geschutstoren is ca. 180 jaar geleden gebouwd en de overige gebouwen op het Fort 140 jaar geleden. De toren dateert uit de periode 1844-1848 nadat het grondwerk van het fort goeddeels was uitgevoerd. De uitgraving van de bouwput is geheel handmatig uitgevoerd, evenals het heiwerk. In totaal zijn er 1488 houten heipalen in de grond geslagen. Het heiwerk is verricht door een heiploeg bestaande uit 30 tot 40 trekkers onder leiding van een heibaas én met een zanger die het heitempo moest aangeven. Op de paalfundering is een paalroosterwerk aangelegd met daarop een traslaag als ondoorlatende onderlaag voor het metselwerk van de toren. Er zijn zo’n 4 miljoen stenen in de oorspronkelijk uit vier bouwlagen bestaande toren verwerkt. Later is één bouwlaag verwijderd. In december 1848 kwam de toren, met daar omheen een 3,50 m brede gracht met ophaalbrug voor de ingang, gereed. Aan de achterzijde van de toren, ongeveer tegenover de ingang, zat een vluchtdeur, die uitkwam in de torengracht.
Bouw toren
- De toren is gebouwd rond een kleine ronde open schacht (de schoorsteen) met drie concentrische ringen er omheen;
- De toren telde drie verdiepingen èn nog een kelder. Het dak had een borstwering voor zwaar geschut; de gemetselde muren waren meer dan 3,5 m dik aan de frontzijde en half zo dik aan de veilige kant;
- De toren heeft een diameter van bijna 44 m en had een oorspronkelijke hoogte van meer dan 19 m. Een ronde toren was een bewuste keuze voor grotere kans op ‘afketsers’;
- De schietgaten in de toren verschillen per verdieping. De smalle gaten op de begane grond waren voor handvuurwapens (voor nabij verdediging), die van de eerste verdieping voor houwitsers en geweren en die van de tweede verdieping voor kanonnen en geweren;
- De toren was voorzien van prachtig uitgevoerde kantelen met direct daaronder aan de aanvalszijde drie kijkgaten en rondom 25 werpgaten voor het naar beneden gooien van buskruitzakken naar de vijand;
- De ruimtes zijn voorzien van een rookkanaal en een in dezelfde wand gemaakt luchttoevoerkanaal. Daarnaast was er boven de schietgaten een raam, die samen met de schietgaten moesten zorgen voor de afvoer van de kruitdampen door de openstaande deuren richting de centrale schacht (de ‘schoorsteen’);
- Diverse hijsbeugels in plafonds voor het omhoogtrekken van schietbuizen en affuiten door de luiken in de houten vloer; zware beugels in de muren ter voorkoming van terugslag; beugels in de muren voor dragers van planken, de luchtbogen tussen de tweede en derde ring voor stabiliteit bij beschietingen, etc.;
- De ruimtes in de toren zijn identiek. Bij het metselen hiervan gebruikte men steeds dezelfde mallen.
Gebruik toren
- Naast de ophaalbrug werd de ingang afgesloten door een zware houten buitendeur en eenzelfde binnendeur. De tussenruimte stond in verbinding met de naastliggende wachtlokalen;
- Direct bij binnenkomst ligt een open half ronde gang, die diende als luchtplaats voor soldaten, voor licht in het gebouw en voor het ‘in de buitenlucht’ vullen van kanonskogels. De muren van deze gang zijn door zogenoemde gemetselde luchtbogen aan elkaar verbonden;
- Op het dak was plaats voor zes zware kanonnen voor de lange afstandsverdediging van de Lek;
- In de toren kon men beschikken over een eigen watervoorziening bestaande uit twee gescheiden systemen. Als eerste de regenwateropvang, waarbij het water van het dak via druipkokers werd afgevoerd naar een waterfiltratiebak in de kelder met een overstort naar een schoonwaterbak in een andere ruimte van de kelder. In deze bak kon een watervoorraad voor ca. 30 dagen worden opgeslagen. Overtollig water werd afgevoerd naar buiten de toren. De tweede voorziening was een diepe bronpomp geslagen tot in het watervoerende pakket in het midden van de toren;
- Van de ruimtes in de kelder waren er, naast de genoemde filter- en schoonwaterkamers, vier ruimtes bestemd als ‘arrestlokaal’ en de overige voor opslag van materiaal;
- De grote middenring van de kelder was bestemd voor de opslag van affuiten en gereedschap. Deze ruimte was te bereiken via een houten luik in de begane grond vloer recht onder een van de boogconstructies. Via een eenvoudig takelsysteem konden de projectielen in en uit deze ruimte worden getakeld;
- De ruimtes op de begane grond kregen aanvankelijk een bestemming als wachtlokaal (twee stuks: links en rechts van de ingang), bakkerij, keuken, privaten voor manschappen én kruitopslag. Daarnaast waren deze ruimtes ingericht voor de nabij-verdediging (geweren en handvuurwapens);
- De ruimtes op de eerste en tweede verdieping waren ingericht voor de opstelling van het geschut (resp. houwitsers en kanonnen) met een binnenring die diende als slaapplaats voor de manschappen. Ook waren op elke verdieping privaten aanwezig;
Kogelpark
De opslag van de kanonskogels gebeurde in de openlucht op het Fortterrein in een hiervoor ingericht kogelpark. Hier lagen tevens de schietbuizen voor de kanonnen. Het buskruit werd opgeslagen in twee hiervoor ingerichte magazijnen binnen de toren;
Het Fort is beide dagen open voor bezoek.
Veerkrachtig en weerbaar erfgoed in tijden van onzekerheid