Tijdens de mobilisatie 1914-1918 werd ongeveer twee kilometer ten oosten van Fort Honswijk een infanteriestelling aangelegd. Deze stond loodrecht op de Noorder Lekdijk en strekte zich uit tot voorbij de Achterdijk en de Lekdijk. Ook aan de overkant van de Lek werd ter hoogte van Fort Everdingen een vergelijkbare stelling aangelegd. De stelling bestond uit loopgraven, prikkeldraadversperringen, grachten en, alleen al aan de Schalkwijkse kant, 34 grondgedekte gewapend betonnen groepsschuilplaatsen (type 1918 I). Na de mobilisatie zijn de aarden werken opgeruimd, terwijl de betonnen schuilplaatsen zijn blijven liggen.
Tijdens de mobilisatie van 1939-1940 is het Werk aan de Groeneweg opnieuw in staat van verdediging gebracht. Er zijn toen loopgraven, tankgrachten en veldstellingen aangelegd en barakken gebouwd als verblijf voor de manschappen. Ook werden gewapend betonnen groepsschuilplaatsen (type P) en gietstalen koepelkazematten gebouwd. Deze laatste waren een antwoord op mogelijk zware mitrailleuraanvallen. De werkzaamheden gingen door tot en met de dag van de evacuatie en waren bij het uitbreken van de oorlog nog niet gereed. In 1936-1938 waren al enkele van deze schuilplaatsen omgebouwd tot mitrailleurkazemat. Verder plaatste men op de Lekdijk en in de Achterdijk tankversperringen.
Alle versperringen met uitzondering van die in de Achterdijk zijn opgeruimd, de verblijfsbarakken ontmanteld en de aarden werken geëgaliseerd. Alleen de talrijke betonnen groepsschuilplaatsen uit beide mobilisaties en de betonnen onderstukken van de koepelkazematten vormen herinneringen aan die tijd. Veel van de schuilplaatsen zijn direct na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers volgestort en dichtgemetseld om ze onbruikbaar te maken voor het verzet.