

De Grote Kerk domineert al eeuwen de skyline van Leerdam. De Grote Kerk is een laatgotische kerk. In 1345 wordt de kerk voor het eerst in schriftelijke bronnen genoemd. Het was toen waarschijnlijk nog een kleine romaanse kerk. De 13e-eeuwse toren is het oudste gedeelte van het gebouw. De plattegrond heeft de vorm van een Latijns kruis.
De kerk is 41 meter lang, 18 meter breed en 19 meter hoog. De toren is 38 meter hoog. Wat opvalt aan het interieur zijn de preekstoel uit 1665, het orgel uit 1854 en het Tien Gebodenbord. Van de grafzerken is de oudste van de laatste Heer van Arkel, overleden op 25 augustus 1428.
Aan de muren achter de preekstoel hangen drie predikantenborden. Dit zijn houten borden in zwart geverfde lijsten met vergulde profielen. De predikantenborden zijn gemaakt in de 18e, 19e en 20e eeuw. De eerste predikant is Joost de Jonge. Bij de inneming van Leerdam op 10 juli 1574 werd hij door de Spanjaarden gevangen genomen en op dezelfde dag, samen met predikant Quirinus de Palme uit Asperen en de Leerdamse schoolmeester Rogier Jooszoon, opgehangen.
In 1795 zijn met de Franse overheersing alle wapenborden in de kerk weggenomen, met uitzondering van het tien gebodenbord. Het tien gebodenbord werd geschonken door koning-stadhouder Willem III, graaf van Leerdam.
Waar je normaal een haan als windwijzer ziet, zie je op de Grote Kerk in Leerdam een ruiter te paard met uitgestoken lans, kozak genoemd. De windwijzer herinnert zo aan de bevrijding van Leerdam door de Russen in 1814. De kozakken verdreven de Franse overheersers toen uit de stad.