Fotograaf: Onbekend
 
Open Monumentendag 2026

Comité Uithoorn

 
 

Schijnwerpers in 2025 op de dijken in De Kwakel

De nog geen tweehonderd inwoners van De Kwakel zagen hun omgeving 140 jaar geleden drastisch veranderen. De komst van de telegraaf en de telefonie en lees verder...

De nog geen tweehonderd inwoners van De Kwakel zagen hun omgeving 140 jaar geleden drastisch veranderen. De komst van de telegraaf en de telefonie en stroomlijnen van de postbezorging brachten bovendien een aanzienlijke verbetering in het contact met de buitenwereld. Vooral betekende het daarin een grote sprong voorwaarts, dat de Boterdijk werd opgeknapt en de Drechtdijk aangelegd. Kwakelaars hoefden niet meer slootje springend of ploeterend over vlonders en door blubber te voet naar Vrouwenakker of Uithoorn. Ook werd de afhankelijkheid van een bootje ingeperkt, niet alleen voor de bewoners maar ook voor zielzorgers, artsen, verpleegsters en kraamzusters en niet te vergeten de sterke arm.

De groeiende waterplas tussen De Kwakel en Kudelstaart, ontstaan door de turfwinning, werd drooggemalen. Soldaten konden zich achter de Vuurlijn, een door de genie aangelegde dijk, verplaatsen. In zompig veen bij De Kwakel zelf werd een zandlichaam gestort, waarop begin van de eeuw die volgde een fort zou worden gebouwd, net als bij Uithoorn. De verbindingen trokken nering aan en die weer personeel. Het aantal Kwakelse zielen ging na eeuwen stabiel te zijn gebleven groeien, mede omdat de kindersterfte in het laatste kwart van de negentiende eeuw flink afnam door verbeterde medische inzichten en hygiëne. Er kwam een nieuwe school aan de Boterdijk, die weldra uit haar voegen barstte. In 1875 was er in het dorp al een nieuwe r.-k. kerk gebouwd met een spitse toren die pontificaal naar de hemel wees.

De Boterdijk, toen ook wel Kwakelse Pad genoemd, was de voornaamste verbinding naar Uithoorn, waar ‘het allemaal gebeurde’. Daar was sinds 1858 de wekelijkse zuivelmarkt, werd vee verhandeld en gedroomd van een graan- en zaadmarkt. Maar het pad was de naam amper waard en jaren steggelden de Kwakelaars met de gemeente over verbeteren van de weg en wie dat dan moest betalen. In 1885 mocht de Uithoornse aannemer Strijland zes nieuwe bruggen bouwen en zorgen voor een wegverharding van grind, puin en kalk. De laagste inschrijver was hij niet, maar de gemeente koos voor aan het werk houden van lokale mensen. Dat scheelde in uitbetalen van steun.

De jaren erna werd de Drechtdijk aangelegd na een financiële injectie van het polderbestuur. Ten behoeve van de weg werd de Kleine Drecht versmald. De boerderijen stonden met hun voorgevel vlak aan het water, wat verklaart dat het asfalt nu zo vlak bij ze ligt. Eigenlijk stonden ze op eilanden, vee en producten werden per praam vervoerd. Lopen ging over vlonders en bruggetjes of met hulp van een polsstok.

In 1887 was de Drechtdijk gereed en kwam op de driesprong Kwakelse Pad, Drechtdijk en Boterdijk een hokje voor de tolgaarder te staan. Kwakelaars genoten reductie en de tol voor de Boterdijk was drie keer zo hoog als die voor de Drechtdijk. In 1919 werd de tol opgeheven wegens de geringe opbrengst. Pieter Augustinus Burm bezette het hokje lange jaren. Hij was tevens postbode en veldwachter van De Kwakel. Op zijn hokje zat de brievenbus geschroefd.

Tussen moderne huizen en bedrijven herinneren de Kwakelse gemeentelijke en rijksmonumenten aan die vervlogen tijd. Het wegenpatroon is nog te herkennen en van de Kleine Drecht, die liep van Vrouwenakker en uitwaterde in het noordelijk deel van de Legmeerplassen, resteren nog grote delen langs de Drechtdijk en fragmenten langs de Boterdijk en in een stukje Ringvaart nabij de huidige Vuurliniehof. Boerderijen kregen nieuwe bestemmingen, hoewel in een enkele nog altijd wordt geboerd. En in de school wordt nu gewoond. Bij boerderij Leeuwarden, Boterdijk 91, houdt men met het houden van een dertigtal koeien het boerenbedrijf in ere. Ook kan men hier ‘poldersport’ beoefenen, dat in vereiste behendigheid en kans op een nat pak met wat fantasie een relatie heeft met de manier waarop Kwakelaars tot honderdveertig jaar geleden hun dorp in en uit moesten gaan.

Op de route van Uithoorn tot de Tolhuissluis bij Bilderdam komt men gaande over Boterdijk en Drechtdijk langs veel monumenten. Wappert er op Open Monumentendag een vlag, dan kan men er halt houden om het monument nader te bekijken. Maar niet overal zal men binnen een kijkje kunnen nemen, het exterieur is echter overal de moeite waard.

lees minder
Comité Uithoorn op de kaart
Dit zeggen onze bezoekers:
wij horen graag wat uw ervaringen zijn!
Wie is Comité Uithoorn?

Comité Uithoorn organiseert in wisselende samenstellingen al sinds 1987 de openstelling van monumenten in de gelijknamige gemeenten op de tweede zaterdag van september. De eerste jaren kon alleen de Thamerkerk bezocht worden en in 1992 voegde zich daar het Fort aan de Drecht bij. Omdat het fort altijd militair – en dus geheim – gebied was geweest, trok het die eerste dag het ongekende aantal van maar liefst vijfhonderd bezoekers! Sindsdien breidde het aantal opengestelde monumenten zich gestaag uit en verspreidde de Open Monumentendag zich als een olievlek uit tot in de verste uithoek van de gemeente: de Tolhuissluis. De laatste jaren krijgt het comité personele bijstand vanuit de gemeente, die contacten met de eigenaren onderhoudt. Dat leidt doorgaans tot met meedoen aan de dag, door zo’n acht tot twaalf monumenten. Van gemeentelijk tot provinciaal en rijks tot zelfs werelderfgoed de Stelling van Amsterdam. Op Open Monumentendag 2021 ontvingen bezitters van gemeentelijke monumenten een schildje uit handen van burgemeester Pieter Heiliegers, om als herkenning aan hun pand te bevestigen.

Deelnemende plaatsen

Binnen de gemeente Uithoorn ligt ook de kern De Kwakel.