Een eenbeukig gebouw met aan de oost- en westzijde drie sluitingen. De kerk is gebouwd omstreeks 1568, maar is herbouwd in 1843 vanwege verzakkingen. Ook dit gebouw begon te verzakken; de kerkvloer was in het midden ongeveer 22 centimeter verzakt. De grenenhouten palen waren aangetast door een bacterie in het veenwater, de zogenoemde palenpest. In 2012 is de grond onder de kerk verstevigd en zijn de funderingen aangepakt.
Het complex kenmerkt zich door spitsboogramen en een zeshoekig houten daktorentje met slanke spits. In het door een houten tongewelf overdekt gebouw bevinden zich onder meer een preekstoel, een orgelkas, drie 18e-eeuwse kaarsenkronen, twee psalmbordjes in Lodewijk XVI-stijl en een eikenhouten klokkenstoel met klok.
De kerk wordt in de volksmond ‘het suikerpotje’ genoemd vanwege de achthoekige omsloten vorm (de pot) en de dakruiter (het deksel).