


Het gebied de Hoeksche Waard, waar Oud-Beijerland ligt, werd in 1421 getroffen door de Sint Elisabethvloed, een enorme watersnoodramp. De dorpjes die in het gebied lagen werden weggespoeld en vele mensen overleefden de overstroming niet. De overlevenden vluchten naar hoger gelegen gebied. Het gebied waar nu Oud-Beijerland ligt bestond omstreeks 1550 uit hoofdzakelijk gorzen en slikken met een enkele boerderij.
Na de dood van Karel van Egmont in 1541 komt de erfpacht in handen van Lamoraal van Egmont. In 1557 begint Lamoraal van Egmont met de bedijking van het huidige Oud-Beijerland. en zo ontstond het dorp Beijerland, wat hij vernoemde naar zijn echtgenote Sabina van Beijeren. In 1559 kocht hij de erfpacht van Philips II. Nadat Lamoraal van Egmont samen met de graaf van Horne op 5 juni 1568 op de Grote Markt in Brussel door Alva is onthoofd, zet zijn dochter Sabina van Egmont het werk van haar vader voort en bedijkt in 1582 het gebied van het latere Nieuw-Beijerland. in de zeventiende eeuw groeide Oud-Beijerland uit tot een handelsplaats in de Hoeksche Waard.
Als ambachtsvrouw schonk Sabina van Egmont in 1604 het dorp een toren naast de kerk en in de toren een luidklok. Sabina van Egmont heeft in haar testament bepaald dat zij in de kerk van haar “Heerlijkheid” begraven wilde worden. In 1622 is op een brug over de Vliet een dorpshuis gebouwd, in gebruik voor het bestuur en voor de rechtspraak op de verdieping en op de begane grond was er plaats voor een herberg. Tot 1977 was dit het gemeentehuis, nu bekend als het Oude Raadhuis en huisvest de bibliotheek en het archief van de Historische Vereniging Oud-Beijerland met een historisch informatiepunt. Ook dient het Oude Raadhuis als trouwlocatie.
Het karakteristieke rijksmonument is op Open Monumentendag geopend van 10.00 tot 16.00 uur, gedurende de dag verzorgen leden van de Historische Vereniging rondleidingen door het gebouw.