
De Grebbelinie is een waterlinie van ca. 60 kilometer lengte, die gebruik maakt van de natte omstandigheden in de westelijke, laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. Het is een uniek voorbeeld van een aanleg van een waterlinie uit de achttiende eeuw. Doordat sindsdien geen grote ingrepen hebben plaatsgevonden in de structuur van de linie is het grootste deel van de liniewal, de keerkaden en de aarden verdedigingswerken bewaard gebleven. De Grebbelinie omvat kades, aarden forten, sluizen, kazematten, voorposten, tankgreppels, inundatievlaktes, loopgraven, bunkers etc. Omdat er steeds vanuit is gegaan dat de linie moest worden verdedigd door een tijdelijk veldleger zijn er in de Grebbelinie geen permanente onderkomens voor de militairen gebouwd.
De linie was gericht tegen een mogelijk oprukkende vijand vanuit het oosten. Door het inunderen van land konden vijandelijke troepen worden tegengehouden. De Grebbelinie moest ervoor zorgen dat dit op een gecontroleerde wijze gebeurde. Het water in het geïnundeerde gebied moest voldoende diep zijn om vijandelijke voertuigen en geschut de doorgang te beletten, maar niet zo diep dat de vijand met vaartuigen de linie zou kunnen benaderen. Op die plaatsen die te hoog lagen om geïnundeerd te kunnen worden kwamen verdedigingswerken. Bij de aanleg van de inundatiegebieden is gebruik gemaakt van de lager gelegen velden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de linie van zuid naar noord verdeeld in 11 kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een keerkade die dwars op de liniekade lag.