De Rooie Wip heet officieel Gemenewegse molen, vernoemd naar de Gemenewegse polder die hij tot 1957 bemalen heeft.
Dit is het op een na oudste molentype in ons land, als verbetering van de standerdmolen: het gehele bovenhuis is draaibaar om zoveel mogelijk wind te vangen. Bij harde wind kan de molen gaan schudden, wat vroeger “wippen” werd genoemd.
Nadat de molen in 1960 in particuliere handen kwam, is deze in 1992 in Stichting Molen de Rooie Wip ondergebracht en in 1994/95 volledig gerestaureerd. In 2020 zijn veel houten constructiedelen vervangen en is het riet volledig vernieuwd. In 2021 is de molen geheel geschilderd.
Zonder de uitvinding van de poldermolen (windgemaal) zouden er weinig landbouw- of weidegronden zijn geweest in Nederland. Molens en boerderijen zijn dus nauw met elkaar verbonden. De boeren en andere belanghebbenden in een polder draaiden op voor de kosten van het onderhoud van het (wind)gemaal, molenaar of machinist, vaarten en duikers. Eind 1978 zijn alle zelfstandige polders opgeheven en werden ze ondergebracht in grootwaterschappen. De Gemenewegse polder viel toen onder het waterschap Wilck en Wiericke. De opheffing van de zelfstandigheid hield ook in dat elke burger nu moet bijdragen in de onderhoudskosten van de waterstaatkundige objecten die nodig zijn om het polderwaterpeil in stand te houden. De molen De Rooie Wip heeft als windgemaal al deze ontwikkelingen meegemaakt. De molen is nu een educatief monument dat behouden moet blijven voor de toekomst. Voor dat behoud moet voortdurend gestreden worden. Een strijd die nooit zal eindigen. Bij een bezoek aan de molen De Rooie Wip kunt u dit als bezoeker zelf constateren. Kom dus, als inwoner van de laaggelegen landen, een keertje langs. De molenaar kan u veel vertellen, niet alleen over de windmolens, maar ook over de geschiedenis van de Gemenewegsepolder. Bij voldoende wind wordt er gemalen op maandag of dinsdag en op vrijdag of zaterdag.