
De aanleiding voor de aanleg van het Rosarium was een tuinbouwtentoonstelling als werkverschaffingsproject naar ontwerp van S.G.A. Doorenbos die destijds directeur was van de Dienst Gemeenteplantsoenen te Den Haag. Bij de opening in 1933 door E. Guldemond, wethouder van Boskoop, kreeg het park de naam “Guldemondplantsoen”.
In 1931 werd het terrein door het Ministerie van Waterstaat geschonken aan de gemeente Boskoop. Ter gelegenheid van de opening van de spoorweg Gouda-Boskoop-Alphen in 1931, werd door J.H. van Straaten van Nes en een aantal plaatselijke kwekers het initiatief genomen om een parkje met rosarium aan te leggen. Een jaar later werd het naastgelegen tentoonstellingsgebouw (thans Floragebouw) gerealiseerd. De bouw werd grotendeels gefinancierd door de Nederlandse Spoorwegen omdat men verwachtte dat het vervoer van de bezoekers van de tentoonstellingen per trein zou geschieden.
De invulling van de aanleg bestaat uit in Boskoop gekweekt plantenmateriaal. Sinds de aanleg is de vakindeling ongewijzigd en is het koepeltje met de zes zuilen en een bolvormig dak uit 1936 nog origineel. Het fonteintje in de koepel is helaas verdwenen. De houten pergola’s en rozenbogen zijn vernieuwd; de zonnewijzer is in april 2024 teruggeplaatst.
Het middengedeelte is geheel gevuld met rozen, daaraan ontleent het de naam rosarium. In de tuin staan ieder jaar ca. 2.600 rozen (in wel 160 rozenrasssen) van mei tot oktober in bloei. Het padenverloop is rechthoekig met afgeschuinde hoeken; vanaf de Parklaan zijn twee toegangen. De tuin is als een typische showtuin opgezet met rechthoekige rozenbedden op regelmatige afstand van elkaar in een gazon. Op deze wijze groeien alle rozen onder nagenoeg dezelfde omstandigheden en is een goede onderlinge vergelijking mogelijk. De aanleg wordt verfraaid door rozenbogen, een zonnewijzer en een koepel. De tuin heeft geen sproei-installatie: onderbemaling zorgt ervoor dat de planten voldoende vocht kunnen opnemen.
Het Rosarium is de gehele dag geopend.