Militaire Commandopost
In ieder geval al in 1727 – dus nog geen dertig jaar later – was het afgelopen met de Vleijshal. Wellicht vielen de opbrengsten tegen? We weten het niet. Hoe dan ook, het gebouw werd verkocht aan de Raad van State die er de Hoofdwagt van maakte: het militaire hoofdkwartier van de vestingstad Grave. Het feit dat we het pand nog altijd onder die naam kennen, en dat zelfs de straat ervoor dezelfde naam draagt, geeft wel aan dat dit de belangrijkste periode in de 311-jarige geschiedenis van het pand is. Vreemd genoeg weten we van die 165 jaar (1727 – 1893) heel weinig. Hopelijk levert onderzoek meer informatie op over deze belangrijke periode. Wat we wel weten, is dat er in 1827 (dus precies 100 jaar na de overdracht) een verdieping op het pand is gebouwd. Er zijn diverse afbeeldingen van het pand vóór die tijd, onder meer de gravures van Hendrik Spilman. Die laten een pand zien met een begane grond en een zolderverdieping. En ook met een symmetrische voorgevel: in het midden een (dubbele?) deur, en aan weerszijden een raam.
Ergens na 1893 is de voorgevel verbouwd tot de huidige vorm. Waarschijnlijk is toen ook de kelder gebouwd, waarmee de ruimte erboven tot een opkamer werd. We zitten inmiddels in de derde fase van de Hoofdwagt. Grappig genoeg keert het pand terug naar zijn oorspronkelijke bestemming: vlees! Het pand wordt in 1893 verkocht aan C.H. Degeman, die er een runder– en varkensslachterij annex vleesrokerij begint. Hij is de eerste van uiteindelijk vier slagers die hun intrek nemen in de Hoofdwagt.