
Geschiedenis
De boerderij is in 1875 gebouwd door Jan van der Voort die getrouwd was met Geertje Bisschop. In die periode werden, op één na, alle boerderijen aan de Zwarteweg bewoond door een Van der Voort (tot en met de Catharina Hoeve verderop in de Blauwe Polder). Op deze plek (een hoger gelegen zandbank) heeft vroeger geen andere woning gestaan. Jan van der Voort en zijn vrouw hadden geen kinderen en toen Jan in 1891 overleed, kreeg weduwe Geertje inwoning van haar broer Jozef Bisschop met zijn gezin. Jozef Bisschop werd de nieuwe boer.
Rond 1915 werd de boerderij gekocht door Piet Hoogeveen uit Katwijk, die acht zonen en een dochter kreeg. Zijn zoon Jan, getrouwd met Dora van der Geest (“Tante Door”), volgde zijn vader op, en boerde hier tot 1991, aanvankelijk met zijn ongetrouwde broers Jaap en Teun. Rond 1980 verhuisde Jan Hoogeveen met zijn vrouw naar het dorp, aan het begin van de Zwarteweg, maar hij bleef op de boerderij actief met vetweiers en wat varkens en schapen. Melken deed hij al niet meer vanaf het moment dat de melk in een (voor hem te dure) tank bewaard moest worden en twee maal per week werd opgehaald door een tankwagen (die bovendien niet verder dan de “draai” (voetbrug) zou kunnen komen). Het woongedeelte van de boerderij bleef leeg staan tot 1992 en verkeerde daardoor in zeer slechte staat toen de boerderij in 1992 gekocht werd door de huidige bewoners Betty en Sjaak van der Geest. In dat jaar werd de boerderij gerenoveerd door de Firma Van der Geest uit Oud Ade. Behalve muizen zijn er geen dieren meer in wat nu een woonboerderij is.
De boerderij
De boerderij is een “Rijnlandse langhuisboerderij” met een kelder en opkamer. De langhuisboerderij is een traditioneel boerderijtype specifiek aangepast aan de veeteelt in het Hollands-Utrechtse veengebied. Het is een langwerpig, smal type waarbij het woongedeelte en de stal direct achter elkaar in elkaars verlengde liggen onder één doorlopend dak.
De boerderij heeft nooit een naam gehad. De naam “De Tocht” is bedacht door de huidige bewoners en verwijst – naast de voor de hand liggende betekenis van de tocht die het leven is – naar het water achter de boerderij. Die “Tocht” was vroeger deel van de rivier de Oude Ade die echter werd afgedamd en binnendijks het belangrijkste binnenwater van de Blauwe Polder werd, via welke de polder werd droog gemalen door de Blauwe Molen (van hieruit te zien, richting Hoogmade). Door de vele (vijf?) dammen die erin de loop der jaren in de Tocht zijn gelegd heeft de rivier zijn karakter verloren. De naam van de boerderij is dus een verwijzing naar zijn oude glorie.
Wie goed kijkt, kan zien dat de oorspronkelijke boerderij een stuk korter was dan nu. Halverwege de stal is een overgang te zien naar een andere steensoort en is er ook een dicht gemetseld raam (westkant) dat oorspronkelijk bij de stal hoorde. Deze uitbreiding van woonhuis en stal werd in 1916 door Piet Hoogeveen uitgevoerd.
Te bezichtigen
De koeienstal, nog grotendeels in oorspronkelijke staat. Er was plaats voor 23 koeien. De koeien stonden met hun voorpoten op graszoden en met hun achterpoten op cement (waardoor schoonvegen en melken beter mogelijk was). Als de koeien in het voorjaar het land in gingen werd alles schoongemaakt en zand gestrooid op de plek waar de graszoden gelegen hadden (nu nog te zien). Vandaag de dag zijn bijna alle oude koeienstallen in de omgeving afgebroken of geëgaliseerd en veranderd in (menselijke) woonruimte, kaasmakerij of schuur.
Het buitentoilet stond oorspronkelijk boven het water van de sloot, die later gedeeltelijk is gedempt. De uitwerpselen vielen in een zinkput met een overloop naar de sloot. Later bouwden de bewoners een “binnentoilet” in de koeienstal (rechts vooraan), nog steeds op veilige afstand van het woongedeelte. Pas op hun zilveren bruiloft kregen Jan en Door Hoogeveen een toilet met badkamer in huis.
Het geriefbosje is een belangrijk gedeelte van de boerderij. Daar werd hout gekapt voor de kachel en het kaasmaken en (veel vroeger) voor gereedschap en dijkonderhoud. De meeste bomen zijn (knot)essen. Als u het pad helemaal tot het einde volgt vindt u een bankje waar u kort kunt mediteren over de vergankelijkheid van het leven, met uitzicht op de geamputeerde Tocht.
Het stoepje boven het water vóór de boerderij (ongeveer vijftig jaar oud) is karakteristiek voor deze omgeving maar nu bijna “uitgestorven”.
Achter de boerderij stond tot voor kort nog een oude harkmachine ter herinnering aan het oorspronkelijke boerenbedrijf.
De pomp en koelbak in de keuken zijn bij de renovatie gespaard. Hierin werd de melk, in melkbussen, gekoeld. Het water werd via de stal afgevoerd en kon zo door de koeien gedronken worden.
Het overige woongedeelte is niet te bezichtigen.